Zangtraining

Hoe is de timbrado op zang te brengen voor de wedstrijden?

bulletNa de kweek
       
bulletWeek 1
bulletSamenstelling van groepen    
bulletWeek 2
bulletBedreigingen: ongeduld en onflexibel
bulletWeek 3
bulletGenetisch sterke vogel: geen voorzanger
bulletWeek 4
bulletVijf weken training
bulletWeek 5

 

De Timbrado moet zingen op de dag en op het moment dat hij voor de keurmeester wordt neergezet. De vogel heeft dan een klein halfuur om zijn volledige repertoire te laten horen; zo mogelijk 12 toeren in harmonie en van goede kwaliteit. Om dat te realiseren is de zangtraining van essentieel belang. Elke kweker ontwikkelt daarbij zijn eigen systeem om vogels af te richten. Met veel respect voor alle goed functionerende systemen van andere kwekers, willen we hier beschrijven hoe wij onze vogels trainen. 

Echter, de zangtraining zal een ieder organiseren afhankelijk van zijn of haar persoonlijke omstandigheden, woonsituatie en de ruimte en de tijd die aan de vogels besteed kan worden.  

Na de kweek
Een geslaagde kweek, mooie jongen op stok, en dan?
Halverwege de maand juni moeten we het gewenste aantal jonge vogels op stok hebben. De tijd om vogels te kweken is voor ons dan voorbij. Zouden we op een later tijdstip nog vogels kweken, dan zouden deze exemplaren te jong zijn om optimaal te presteren op de wedstrijden. De beste leeftijd om de jonge vogels te presenteren is zo tussen de 9 en 11 maanden. De jonge vogel moet zijn zangtraining afgerond hebben en de vogel mag nog niet broedrijp zijn (dan raakt hij over z'n toeren). Maar in de periode tussen het einde van de kweek en het begin van de wedstrijden (meestal eind november), moet er nog heel wat gebeuren met onze jonge vogels:

                    een goede spierontwikkeling 
                    de rui 
                    de eerste selectie 

In de voliere komen onze jonge Timbrado's terecht, zogauw ze geheel zelfstandig zijn. Vanaf die tijd worden de jonge vogels elke dag sterker door een volledig dieet dat bestaat uit een rijk zaadmengsel, dagelijks fruit of groenten. Ze vliegen in de voliere en ontwikkelen zo goed hun spieren, ze leren het snelle bochtenwerk en genieten vaak van een bad. Zittend op
  zangstokken  kunnen de jonge mannen rustig hun zang ontwikkelen, zonder dat de één de ander lastig valt. Als de zon schijnt nemen ze volop vitamine A-D op, iets wat in geen enkel potje te koop is. Het is zo belangrijk dat de vogels in goede conditie komen, omdat er een kritische periode volgt: de rui. De rui periode is altijd zwaar voor de vogels, maar hoe sterker en gezonder ze zijn, hoe makkelijker ze de ruiperiode doorrollen. Een vogel die niet 100 procent in goede conditie is, loopt in de ruiperiode ernstige risico's. 

Vanaf half augustus treffen we de voorbereidingen voor de eerste selectie: het samenstellen van groepen.          

Samenstelling van groepen
Vanaf half augustus selecteren we de jonge mannen en huisvesten we ze in ruime vluchten per familie.  De jonge mannen worden ondergebracht in een ruimte met minder licht (geen direct zonlicht en niet kunstmatig bijverlicht). 
In deze ruimte hebben we overdag continue een zachte muziek aan, om te voorkomen dat de jongen van elkaar zang kopieren. Een aantal van de vogels zal nog de ruiperiode doorlopen, maar ze oefenen hun zang al elke dag met meer enthousiasme en met meer volume. We brengen de vogels in deze rustige ruimte, opdat de jonge mannen zich wat langzamer en gestaag ontwikkelen, en bovendien meer hun eigen familiezang ten gehore brengen. Immers, in de vluchten zitten de jonge mannen met hun broers of halfbroers.  De groepen worden samengesteld op basis van familieverwantschap (bloedlijn). Familieverwantschap is belangrijk, want zo maak je al een voorselectie van vogels die in aanleg met elkaar overeenstemmen. Afhankelijk van de ruimte en het aantal gekweekte vogels zitten de bloedlijnen per vader of per moeder bij elkaar. Op deze wijze oefenen de jonge vogels hun zang tot ongeveer vijf weken voor de eerste wedstrijd. In deze periode zijn wij al in staat om de vogels goed te observeren en te beluisteren; als er een haantje tussen zit die te hoog van de toren blaast zal hij niet in zijn familiegroep kunnen blijven. Een voorzanger of Timbradozang op cassette komt er niet aan te pas. We laten de jonge vogels zolang mogelijk in familiegroepen met elkaar trainen.

Bedreigingen: ongeduld en onflexibel
In dit stadium aangeland is ongeduld de grote vijand van veel kwekers; de oorzaak dat vogels te vroeg opgekooid worden.
  Hier zijn twee risico's aan verbonden, namelijk of de vogel heeft zijn zang nog niet gesloten of de vogel zit te lang opgekooid en wordt dan naar de tentoonstelling gebracht als hij al over zijn beste punt heen is. De vogel presteert dan niet goed, maar dat is de schuld van de kweker. Timbrado's moeten zo laat mogelijk opgekooid worden, dat wil zeggen zes of beter nog vijf weken voor de wedstrijd. In sommige gevallen zijn vier weken al voldoende, één en ander is mede afhankelijk van het temperament van de vogel. 

Een ander gevaar is dat de kweker de training wil organiseren volgens de regels die hij in een boek of op internet leest. Vervolgens loopt het dan spaak met ingewikkelde tijdschema's en wordt de conclusie getrokken "dat de zang teveel tijd kost". U zult de training van uw vogels moeten aanpassen aan uw mogelijkheden,  aan uw leefomstandigheden en uw werktijden. Er zijn maar weinigen onder ons die in de luxe positie zitten dat ze hun leven volledig kunnen aanpassen aan de vogels. Daarom moet u als kweker toch uw eigen systeem ontwikkelen en uitproberen. 

Genetisch sterke vogels: geen voorzanger
O
ns streven is het om een goede lijn Timbrado's te kweken, waarbij de genetische aanleg een vererving van goede zang geeft. Dus geen modelvogeltje die zijn zangkunsten heeft gekopieerd van een andere vogel en ter keuring hoog in de punten zingt maar vervolgens in de kweek nauwelijks een goede zangvererving heeft.
Daarom maken we geen gebruik van een voorzanger of een cassette om onze Timbrado’s te trainen. Ons streven is het om de zang van de vogels te verbeteren door genetische selectie. En de beste karakteristiek van een vogel is de genetische aanleg, omdat deze vererfd is van zijn voorouders. Als  op genetische basis vogels geselecteerd worden is het kweken uitdagend, omdat je elk jaar weer nieuwe en verrassende elementen in het lied van de vogels ontdekt. Deze nieuwe elementen kunnen dan een verbetering van de zang inhouden: een verbetering in de erfelijke aanleg en niet van de vaardigheden om te kopiëren. Dit betekent dus ook dat wij geen andere soorten vogels bij onze Timbrado's in de volière houden. Onze methode  lijkt misschien wat gecompliceerder dan de africhting met een voorzanger, maar het africhten begint in feite al tussen 45 - 60 dagen na de geboorte. Dan is het al mogelijk om de jonge mannen van de poppen te scheiden en ze onder te brengen in een rustige volière waar ze alle ruimte en mogelijkheid hebben om hun zangstudie te completeren. Daar verblijven de jonge mannen totdat de eerste rui voorbij is en hun zang op "klank" is gekomen oftewel "gesloten".  

Vijf weken training
O
nze manier om de vogels te trainen gaat uit van vijf weken.
We zullen nooit zeggen dat onze manier de beste noch de makkelijkste weg is, maar voor ons heeft dit systeem goed gefunctioneerd. De vijf weken training tellen we terug vanaf de datum dat de vogels naar de tentoonstelling gebracht worden. 

Week 1
Na een laatste controle of de jonge mannen goed gezond zijn en of ze inderdaad hun zang  gesloten hebben -  is het moment daar om de vogels op te kooien.
De kleine zangkooien plaatsen we op zodanige wijze dat de vogels onderling nog contact kunnen hebben.  Gewoonlijk beginnen ze dan de volgende dag alweer te zingen, soms zelfs al binnen enkele uren. We laten de vogels de hele week verder rustig wennen aan de kleine ruimte.  

Bij het opkooien nummeren we de kooitjes met het ringnummer van de vogel, zodat we weten welke vogel zich in welke kooi bevindt. 

De kamer waar de vogels staan heeft niet te veel licht, belangrijk is dat geen zonnestralen naar binnenkomen. Door direct zonlicht raken de vogels gauw "over hun toeren". De kamer moet dus licht versluierd zijn. 

Vanaf de eerste dag maken we direct aantekeningen over de ontwikkeling van elke vogel. We noteren drie karakteristieken: te hoge toeren, te lage toeren en gezongen of niet gezongen.

 

Week 2
Deze week gaan de vogels de zangkast in, maar we laten de hele week de voorkant van de zangkast nog geopend. Belangrijk is nu dat de vogels elkaar niet meer zien. We geven de vogels extra licht gedurende ongeveer vier uur per dag, twee uur 's ochtends en twee uur 's middags. 

Na terugkomst van het werk krijgen de vogels hun
twee uur licht en ik ga bij de vogels zitten op een afstand van ongeveer twee meter. En elke dag letten we op hoe de vogels zich ontwikkelen en maken we de aantekeningen, zoals ook in week 1. We letten ook op welke vogels snel afgeleid zijn als ze zingen en welke vogels voorlopen op de andere vogels. 

Gedurende het hele jaar krijgen onze vogels een rijk zaadmengsel. Maar dit is het moment dat de hand van de kweker aan het werk gaat om de vogels "fijn" te stemmen. Vogels in de training of die een beetje achterblijven geven we een zaadmengsel van ¾ witzaad en ¼ koolzaad. Als een vogel te snel gaat in z'n ontwikkeling (of de vogel zingt te enthousiast) dan geven we een mengsel  ½ witzaad en ½ koolzaad. En als een vogels snel afgeleid is krijgt hij een klein beetje hennepzaad of een beetje eigeel in een snoepbakje.

Week 3
Deze week merkt u dat het merendeel van de groep al zoveel vertrouwen heeft in de kweker, dat ze gewoon door zingen in zijn aanwezigheid. Nu beginnen we met het bedekken van de zangkast.

 's Ochtends geven we de vogels 1 uur extra kunstlicht (waarbij het gordijn van de zangkast geopend wordt). De rest van de dag laten we de zangkast afgedekt staan tot we terugkomen uit het werk. Dan worden de vogels uitgezet, in groepen van vier, en gedurende ten minste een kwartier afgeluisterd. Elke dag wordt de positie van de kooien veranderd. En...we gaan door met het maken van aantekeningen. Er komt een extra aantekening bij: welke vogel van de vier  zingt het eerst, welke vogel verheft als tweede zijn stem, wie is derde, wie komt achteraan. Nadat we alle vogels beluisterd hebben, krijgen ze nog een uur licht, zodat ze rustig kunnen eten en ze krijgen allemaal iets lekkers (bijv. stukje zure appel).

Het gordijn van de zangkast moet half transparant zijn. Het blijft erg belangrijk dat de vogel het besef van dag of nacht behoudt, zoniet zullen de vogels in het donker doorzingen.

 

Week 4
Week vier is een kritieke week. De vogels moeten onderhand harmonieus zingen.
Als dit niet het geval is, moet nogmaals goed gecontroleerd worden welke vogel te hoog of te laag zingt. Deze vogels moeten de juiste zaadmengsels krijgen. 

Op basis van de harmonie worden de eerste stammen opgesteld. Deze harmonie is vaak te horen tussen broers of halfbroers. 

Let ook op het postuur van de vogel: de vogel moet als hij zingt een horizontale pose aannemen. Als de vogel zich teveel uitstrekt, zet dan het zitstokje een 6 centimeter hoger, waardoor de vogel gedwongen wordt om in de goede houding te komen, waarbij hij een optimale controle over zijn stem kan verkrijgen.  

In deze week wennen we de vogels aan veranderingen en vervoer. We brengen ze in de zangkoffers naar andere plaatsen in het huis om ze af te luisteren. Ook moeten de vogels wennen aan allerlei geluiden. Niks mag ze meer afleiden van hun zang. En niet vergeten: het maken van aantekeningen, elke dag. 

Het schema van licht en het afdekken van de zangkast is hetzelfde als in de voorgaande week. 

Week 5
Met alle aantekeningen in de hand en de lijst met vogelnummers erbij is het nu mogelijk om de balans op te maken. Op basis hiervan komt elke vogel op zijn eigen plek in de stam te staan.  

 

1


2


3


4

 

Zoals bij alle zangvogels, tellen we in een stam van boven naar beneden vogel 1 t/m 4.  Op plaats 1 zetten we de topvogel, de vogel die het meest melodieus zingt.

De vogel die het meest afwisseling in zijn lied brengt komt op de tweede plaats.

Op de derde plaats staat de "aanjager" - de vogel die altijd het eerst begint te zingen.

Op de vierde plaats, helemaal beneden, komt de vogel die de diepste klanken heeft. De posities leggen we voorlopig vast en we beluisteren de stammen gedurende ongeveer 20 tot 30 minuten per dag. En zo gaan we door tot de dag dat de vogels ingebracht kunnen worden voor de keuring. 

Voor het inbrengen van de vogels geven we ze dan nog brandschone kooitjes en blinkende drinkglaasjes. Tot slot wassen we nog de pootjes van de vogels. De rest moeten de Timbrado's dan doen! 

Let op als u de nummers ontvangt voor de tentoonstelling: de vogel die op nummer 1 moet staan, krijgt het laagste nummer. Als u hier niet op let, worden de vogels in de verkeerde volgorde voor de keurmeester geplaatst. De kweker moet door de nummering aangeven op welke plaats welke vogel komt te staan!

Notabene: 
Wij trainen onze vogels aangepast aan onze manier van leven en de vrije tijd die we hebben. In het weekend worden de vogels meestal vaker uitgezet. Vergeet niet dat de vogels ook moeten wennen aan bewegingen in de transportkoffers. Als er geen gezondheids- problemen optreden zullen de Timbrado's 100 % getraind voor de keurmeester verschijnen.