De Timbrado moet zingen op de dag en op het moment dat hij voor de
keurmeester wordt neergezet. De vogel heeft dan een klein halfuur om zijn
volledige repertoire te laten horen; zo mogelijk 12 toeren in harmonie en van
goede kwaliteit.
Om dat te realiseren is de zangtraining van
essentieel belang. Elke kweker ontwikkelt daarbij zijn eigen systeem om vogels af te
richten. Met veel respect voor alle goed functionerende systemen van andere
kwekers, willen we hier beschrijven hoe wij onze vogels trainen.
Echter, de zangtraining zal een ieder organiseren afhankelijk van zijn of haar persoonlijke omstandigheden,
woonsituatie en de
ruimte en de tijd die aan de vogels besteed kan worden.
Na de kweek
Een geslaagde kweek, mooie jongen op stok, en dan?
Halverwege de maand juni moeten we het gewenste aantal jonge vogels op stok
hebben. De tijd om vogels te kweken is voor ons dan voorbij. Zouden we op een
later tijdstip nog vogels kweken, dan zouden deze exemplaren te jong zijn om
optimaal te presteren op de wedstrijden. De beste leeftijd om de jonge vogels te
presenteren is zo tussen de 9 en 11 maanden. De jonge vogel moet zijn
zangtraining afgerond hebben en de vogel mag nog niet broedrijp zijn (dan raakt
hij over z'n toeren). Maar in de periode tussen het einde van de kweek en het
begin van de wedstrijden (meestal eind november), moet er nog heel wat gebeuren
met onze jonge vogels:
een goede spierontwikkeling
de rui
de eerste selectie
In de voliere komen onze jonge Timbrado's terecht, zogauw ze geheel zelfstandig
zijn. Vanaf die tijd worden de jonge vogels elke dag sterker door een volledig
dieet dat bestaat uit een rijk zaadmengsel, dagelijks fruit of groenten. Ze
vliegen in de voliere en ontwikkelen zo goed hun spieren, ze leren het snelle
bochtenwerk en genieten vaak van een bad. Zittend op
zangstokken
kunnen de jonge mannen rustig
hun zang ontwikkelen,
zonder dat de één de ander lastig valt. Als de zon schijnt nemen ze volop
vitamine A-D op, iets wat in geen enkel potje te koop is. Het is zo belangrijk
dat de vogels in goede conditie komen, omdat er een kritische periode volgt: de
rui. De rui periode is altijd zwaar voor de vogels, maar hoe sterker en gezonder
ze zijn, hoe makkelijker ze de ruiperiode doorrollen. Een vogel die niet 100
procent in goede conditie is, loopt in de ruiperiode ernstige risico's.
Vanaf half augustus treffen we de voorbereidingen voor de eerste selectie: het
samenstellen van
groepen.
Samenstelling van groepen
Vanaf half
augustus selecteren we de jonge mannen en huisvesten we ze in ruime vluchten per
familie. De jonge mannen worden ondergebracht in een ruimte met minder
licht (geen direct zonlicht en niet kunstmatig bijverlicht).
In deze
ruimte hebben we overdag continue een zachte muziek aan, om te voorkomen dat de
jongen van elkaar zang kopieren. Een aantal van de vogels zal nog de ruiperiode
doorlopen, maar ze oefenen hun zang al elke dag met meer enthousiasme en met
meer volume. We brengen de vogels in deze rustige ruimte, opdat de jonge mannen
zich wat langzamer en gestaag ontwikkelen, en bovendien meer hun eigen
familiezang ten gehore brengen. Immers, in de vluchten zitten de jonge mannen
met hun broers of halfbroers. De groepen worden samengesteld op
basis van familieverwantschap (bloedlijn). Familieverwantschap is belangrijk, want zo maak je al een voorselectie
van vogels die in aanleg met elkaar overeenstemmen. Afhankelijk van de
ruimte en het aantal gekweekte vogels zitten de bloedlijnen per vader of per
moeder bij elkaar. Op deze wijze oefenen de jonge vogels hun zang tot ongeveer
vijf weken voor de eerste wedstrijd. In deze periode zijn wij al in staat om de
vogels goed te observeren en te beluisteren; als er een haantje tussen zit die
te hoog van de toren blaast zal hij niet in zijn familiegroep kunnen blijven.
Een voorzanger of Timbradozang op cassette komt er niet aan te pas. We laten de jonge vogels zolang mogelijk in
familiegroepen met elkaar
trainen.
Bedreigingen: ongeduld en onflexibel
In
dit stadium aangeland is ongeduld de grote vijand van veel kwekers; de oorzaak
dat vogels te vroeg opgekooid worden.
Hier zijn twee risico's aan verbonden, namelijk of de vogel heeft zijn zang nog
niet gesloten of de vogel zit te lang opgekooid en wordt dan naar de
tentoonstelling gebracht als hij al over zijn beste punt heen is. De vogel presteert dan niet goed, maar dat is de
schuld van de kweker. Timbrado's moeten zo laat mogelijk opgekooid worden, dat
wil zeggen zes of beter nog vijf weken voor de wedstrijd. In sommige gevallen
zijn vier weken al voldoende, één en ander is mede afhankelijk van het
temperament van de vogel.
Een ander gevaar is dat de kweker de training wil organiseren volgens de
regels die hij in een boek of op internet leest. Vervolgens loopt het dan spaak
met ingewikkelde tijdschema's en wordt de conclusie getrokken "dat de zang
teveel tijd kost". U zult de training van uw vogels moeten aanpassen aan uw
mogelijkheden, aan uw leefomstandigheden en uw werktijden. Er zijn maar
weinigen onder ons die in de luxe positie zitten dat ze hun leven volledig
kunnen aanpassen aan de vogels.
Daarom moet u als kweker toch uw eigen systeem ontwikkelen en uitproberen.
Genetisch sterke vogels: geen
voorzanger
Ons streven is het om een goede lijn Timbrado's te kweken, waarbij de
genetische aanleg een vererving van goede zang geeft. Dus geen modelvogeltje die
zijn zangkunsten heeft gekopieerd van een andere vogel en ter keuring hoog in de
punten zingt maar vervolgens in de kweek nauwelijks een goede zangvererving
heeft. Daarom maken we geen gebruik van een
voorzanger of een cassette om onze Timbrado’s te trainen. Ons streven
is het om de zang van de vogels te verbeteren door genetische selectie. En de beste
karakteristiek van een vogel is de genetische aanleg, omdat deze vererfd is van
zijn voorouders. Als op genetische basis vogels geselecteerd worden is het kweken
uitdagend, omdat je elk jaar weer nieuwe en verrassende elementen in het lied van
de vogels
ontdekt. Deze nieuwe elementen kunnen dan een verbetering van de zang inhouden: een verbetering in de
erfelijke aanleg en niet van de vaardigheden om te kopiëren. Dit betekent
dus ook dat wij geen andere soorten vogels bij onze Timbrado's in de volière
houden. Onze methode lijkt misschien wat gecompliceerder dan de
africhting met een voorzanger, maar het africhten begint in feite al tussen 45
- 60 dagen na de geboorte. Dan is het al mogelijk om de jonge mannen van de
poppen te scheiden en ze onder te brengen in een rustige volière waar ze alle
ruimte en mogelijkheid hebben om hun zangstudie te completeren. Daar verblijven
de jonge mannen totdat de eerste rui voorbij is en hun zang op
"klank" is gekomen oftewel "gesloten".

Vijf weken training
Onze manier om de vogels te trainen gaat uit van vijf weken.
We zullen nooit
zeggen dat onze manier de beste noch de makkelijkste weg is, maar voor ons heeft dit systeem goed
gefunctioneerd. De vijf weken training tellen we terug vanaf de datum dat de vogels
naar de tentoonstelling gebracht worden.
Week 1
Na een laatste
controle of de jonge mannen goed gezond zijn en of ze inderdaad hun zang
gesloten hebben - is het moment daar om de vogels op te kooien.
De
kleine zangkooien plaatsen we op zodanige wijze dat de vogels onderling nog
contact kunnen hebben. Gewoonlijk beginnen ze dan de volgende dag alweer
te
zingen, soms zelfs al binnen enkele uren. We laten de vogels de hele week
verder rustig wennen aan de kleine ruimte.
Bij het opkooien nummeren we de kooitjes
met het ringnummer van de vogel, zodat we weten welke vogel zich in welke kooi
bevindt.
De kamer waar de vogels staan heeft niet te veel licht, belangrijk is dat
geen zonnestralen naar binnenkomen. Door direct zonlicht raken de vogels gauw
"over hun toeren". De kamer moet dus licht versluierd zijn.
Vanaf de eerste dag maken we direct aantekeningen over de ontwikkeling van
elke vogel. We noteren drie karakteristieken: te hoge toeren, te lage toeren en
gezongen of niet gezongen.
Week 2
Deze week gaan de
vogels de zangkast in, maar we laten de hele week de voorkant van de zangkast
nog geopend. Belangrijk is nu dat de vogels elkaar niet meer zien. We geven de vogels extra licht gedurende ongeveer vier uur per dag, twee
uur 's ochtends en twee uur 's middags.
Na terugkomst van het werk krijgen de vogels hun 
twee uur licht en ik ga bij
de vogels zitten op een afstand van ongeveer twee meter. En elke dag letten we
op hoe de vogels zich ontwikkelen en maken we de aantekeningen, zoals ook in
week 1. We letten ook op welke vogels snel afgeleid zijn als ze zingen en welke
vogels voorlopen op de andere vogels.
Gedurende het hele jaar krijgen onze vogels een rijk zaadmengsel. Maar dit is het moment dat de hand van de kweker aan het werk gaat om de vogels
"fijn" te stemmen. Vogels in de training of die een beetje
achterblijven geven we een zaadmengsel van ¾ witzaad en ¼ koolzaad. Als een
vogel te snel gaat in z'n ontwikkeling (of de vogel zingt te enthousiast) dan
geven we een mengsel ½ witzaad en ½ koolzaad. En als een vogels snel
afgeleid is krijgt hij een klein beetje hennepzaad of een beetje eigeel in een
snoepbakje.
Week 3
Deze week merkt u dat
het merendeel van de groep al zoveel vertrouwen heeft in de kweker, dat ze
gewoon door zingen in zijn aanwezigheid. Nu beginnen we met het bedekken van de
zangkast.
's Ochtends geven we de vogels 1 uur extra kunstlicht (waarbij het
gordijn van de zangkast geopend wordt). De rest van de dag laten we de zangkast
afgedekt staan tot we terugkomen uit het werk. Dan worden de vogels uitgezet, in
groepen van vier, en gedurende ten minste een kwartier afgeluisterd. Elke dag
wordt de positie van de kooien veranderd. En...we gaan door met het maken van
aantekeningen. Er komt een extra aantekening bij: welke vogel van de vier
zingt het eerst, welke vogel verheft als tweede zijn stem, wie is derde, wie
komt achteraan. Nadat we alle vogels beluisterd hebben, krijgen ze nog een uur
licht, zodat ze rustig kunnen eten en ze krijgen allemaal iets lekkers (bijv.
stukje zure appel).
Het gordijn van de zangkast moet half transparant zijn. Het blijft erg
belangrijk dat de vogel het besef van dag of nacht behoudt, zoniet zullen de
vogels in het donker doorzingen.
Week 4
Week vier is een
kritieke week. De vogels moeten onderhand harmonieus zingen.
Als dit
niet het geval is, moet nogmaals goed gecontroleerd worden welke vogel te hoog
of te laag zingt. Deze vogels moeten de juiste zaadmengsels krijgen.
Op basis van de harmonie worden de eerste stammen opgesteld. Deze harmonie is
vaak te horen tussen broers of halfbroers.
Let ook op het postuur van de vogel: de vogel moet als hij zingt een
horizontale pose aannemen. Als de vogel zich teveel uitstrekt, zet dan het
zitstokje een 6 centimeter hoger, waardoor de vogel gedwongen wordt om in de
goede houding te komen, waarbij hij een optimale controle over zijn stem kan
verkrijgen.
In deze week wennen we de vogels aan veranderingen en vervoer. We brengen ze
in de zangkoffers naar andere plaatsen in het huis om ze af te luisteren. Ook
moeten de vogels wennen aan allerlei geluiden. Niks mag ze meer afleiden van hun
zang. En niet vergeten: het maken van aantekeningen, elke dag.
Het schema van licht en het afdekken van de zangkast is hetzelfde als in de
voorgaande week.
Week 5
Met alle aantekeningen
in de hand en de lijst met vogelnummers erbij is het nu mogelijk om de balans op
te maken. Op basis hiervan komt elke vogel op zijn eigen plek in de stam te
staan.