Wat zeiden de keurmeesters?

BENEDU 2006 Timbrado keuring 28 - 30 december, door E. Eweg

 

BENEDU 2006 in Utrecht, de Spanish Timbrado Society Nederland had twee Spaanse Timbrado keurmeesters uitgenodigd, Antonio Perez Carbajal en Cándido Lorenzo Vidal. Doordat ik vertaalde van het Spaans naar Nederlands, was ik in staat om veel te luisteren naar de twee Spaanse keurmeesters. Een aantal van hun wijze lessen heb ik opgeschreven, in de eerste plaats voor mezelf om te onthouden, maar wellicht ook voor anderen interessant om eens door te lezen. Niet alles wat ze zeggen is nieuw voor de Nederlandse Timbrado kwekers, maar hun duidelijke uitleg en eenvoudige verklaringen zijn zeker verhelderend.

De training:

Goed getrainde vogels moeten kunnen zingen onder veel verschillende omstandigheden. De vogels hoeven niet helemaal in het donker gezet te worden. Een beetje verduisteren is voldoende, maar ze hoeven echt niet vanaf het opkooien in een donkere kamer. Belangrijk is dat de vogels blijven doorzingen, op zang blijven. Schemer is prima, tijdens de eerste trainingsperiode. Als je er maar voor zorgt dat er duidelijk verschil is tussen licht tijdens het uitzetten en minder licht tijdens de rust. Helemaal in het donker zetten, dat kan de laatste vijf dagen wel echt nodig zijn, om nog even hard te werken voor de wedstrijd. Een goede vogel is in vijf dagen af te trainen, als je er maar veel mee werkt. Ten minste drie keer uitzetten op een dag, en echt werken betekent dus wel vijf keer uitzetten op een dag. Hoeft niet lang, hoeft niet in een cabine, wel belangrijk is dat je uitzet in verschillende situaties, kamer beneden voor het raam, douche, slaapkamer, etcetera. Neem de vogel ook eens mee naar andere kwekers, of naar je werk.

De selectie voor de wedstrijd:

De enkelingen zijn in principe de uitblinkende vogels, als een kweker vogels selecteert voor de wedstrijd, selecteer dan eerst de enkelingen. In de hele groep vogels, moeten de enkelingen er qua zang echt "uitspringen". Van de vogels die dan overblijven, worden de stammen gevormd, vogels passen zich bijna vanzelf aan elkaars lied aan tijdens het uitzetten – als ze tenminste overeenkomst in afstamming hebben, uit dezelfde lijn afkomstig zijn. Zet daarom eerst alle wedstrijd vogels tegelijk uit. Selecteer uit de hele groep vogels die uitstaan dan eerst de enkelingen en vervolgens de stammen.

Kweek in bloedlijnen, dat is de enige manier om zang te verbeteren. Zo kunnen bepaalde zangstructuren enigszins vastgelegd worden. Bij de zang gaan de wetten van Mendel niet zo makkelijk op, omdat de zang gerelateerd is aan zoveel meer dan enkel een uiterlijk herkenbaar gen. Door te kweken in lijnen is het pas mogelijk om zangpatronen vast te leggen, overerfbaar te maken, daarna is het mogelijk om die zangstructuur te verbeteren. En kijk vooral uit voor het kopiëren, als vogels de kans krijgen om van andere lijnen te kopiëren, dan kan de kweker er nooit meer zeker van zijn dat een bepaald lied of onderdeel daarvan genetisch is vastgelegd. Een gekopieerd lied verdwijnt weer na de eerste rui, en wordt niet vererfd.

Hoort de kweker een foutieve toer, een duidelijke estridencia of rascada, dan is het in augustus nog mogelijk om de hele vlucht te redden voordat de foutieve toer ook door de goede vogels wordt overgenomen. Voor de kweekselectie is het van belang om te weten of een estridencia of rascada vererft is of aangeleerd, overgenomen van een andere vogel.

Werk nooit met voorzangers, maar altijd op basis van de genetische aanleg. Alleen zo kun je weten welke kwaliteiten de vogel echt in huis heeft. Zorg ervoor dat de jonge mannen de oude mannen niet kunnen horen. Daarom is het beter de mannen enkel even bij de pop te laten om de pop te bevruchten en vervolgens de mannen elders onder te brengen. De jongen worden per familiegroep in een vluchtje ondergebracht. Breng met muziek een gordijn aan om te voorkomen dat de vogels die per familie bij elkaar zitten, zang overnemen van andere familiegroepen. Het mooist zou zijn om per familiegroep verschillende ruimtes te gebruiken. Maar dat is niet altijd haalbaar gezien de ruimtes waar men over beschikt. Daarom is het ook belangrijk om samen te werken met andere kwekers, om discontinuïteit in de zang te ontwikkelen is samenwerken eigenlijk noodzakelijk.

Tijdens de keuring: het lied en zangpatronen

Praten tijdens het afluisteren kan, tot de vogel begint te zingen. Een vogel komt makkelijker tot zang met wat geluiden om zich heen.

Vogels hebben in hun lied een patroon. Op basis van dit patroon in het lied is het soms mogelijk om de afstamming van een vogel te herkennen. Bij de eerste klanken herkent de ervaren keurmeester al het patroon in het lied dat de vogel gaan brengen.

Vogels met veel continue toeren en vogels die de hele keurlijst vullen, hebben een veel repeterend patroon in hun lied. Zogauw de keurmeester de eerste klanken gehoord heeft, weet hij al wat er verderop nog meer gaat komen.

Een vogel met veel Variaciones Conjuntas en Floreos kan in principe meer afwisseling in zijn lied brengen. Immers, de continue toeren (Timbres, Rodadas en Agua semiligada) en toeren als Cloqueos, Campana, Castagnette, Cascabel en Agua Lenta zijn toeren die allemaal gelimiteerd zijn in klank. In de standaard is bepaald welke klank bij de toer hoort, de toer is gelimiteerd. We weten van te voren hoe de toer is opgebouwd. Het zang patroon is daardoor veel meer voorspelbaar. De drie hoofdtoeren, Variaciones Conjuntas, Floreos en Floreos Lentos zijn ongelimiteerd, daarbij kunnen dus patronen in het lied ontstaan die helemaal onvoorspelbaar zijn. Een vogel die juist veel variatie in deze ongelimiteerde toeren brengt, kan echt verrassen. Bij een keuring is het belangrijk dat de keurmeester aangenaam verrast wordt door de zang van een vogel. Als een vogel in staat is om een keurmeester te verrassen dan is dat bijna altijd een goede vogel. Als een vogel zijn lied begint met complexe toeren, dan moet zelfs de meest ervaren keurmeester er werkelijk voor gaan zitten. Complexe toeren in de Variaciones Conjuntas vergen een uiterste concentratie om precies te horen welke verschillende toeren tegelijkertijd gebracht worden. Het is een genot om een unieke Floreos te horen, uniek in samenstelling en modulatie.

De algemene indruk

Om een vogel te beoordelen, luistert de keurmeester eerst naar de algemene indruk.

Vragen die hij zichzelf daarbij stelt:

"Wat hoor je in het lied?" en "Welk patroon herken je? Continue toeren, discontinue toeren of semi-discontinue toeren? En hoe is de balans daartussen?".

Dan met betrekking tot de toeren die hij hoort:

"Hoe worden de toeren gebracht, welke kwaliteit?" "Betreft het simpele toeren, bijvoorbeeld riririri, rorororo, rerererere, een Campana, met een paar eenvoudige Floreos piau piau en enkele eenvoudige conjuntas zoals Clocqeos met Agua of betreft het een vogel met complexe toeren, met veel variatie in verschillende Floreos, variatie in Conjuntas, verrassende en veel lettergrepige toeren en modulatie binnen deze toeren?"

"Zijn het simpele toeren die vlak gebracht worden of vindt er nog enige modulatie plaats?"

De keurmeester luistert naar het geheel:

"Hoe is de klank van de stem, helder en schoon of zijn er verstorende bijklanken, zoals: rascada (dat is een timbre of rodada zonder klinker, je hoort alleen nog de rrrrrrrr ), een estridencia (dat is een chchchch klank, die scherp in het gehoor klinkt), of nasale klanken?"

De algemene indruk die op deze manier van de vogel gevormd wordt, geeft aan hoe de vogel kwalitatief ingedeeld moet worden. Op basis van de algemene indruk beoordeelt de keurmeester de vogel als onvoldoende, voldoende, goed of zeer goed. En dan zijn er dus nog geen punten aan individuele toeren toegekend!

Het totaal in de waardering is belangrijk

Een keurmeester beoordeelt zo al vrij snel, nadat de vogel even doorgezongen heeft, welke kwaliteit voor hem op tafel staat. Referentiekader is de standaard, maar het keuren op een wedstrijd is altijd een vergelijk met wat de keurmeester eerder gehoord heeft. "Is de vogel die voor je staat beter of slechter dan wat je eerder gehoord hebt?" Eerst deelt de keurmeester de vogel in, op basis van de algemene indruk. Vervolgens analyseert de keurmeester welke toeren hij gehoord heeft, en geeft dat aan op zijn kladlijst. De patroonherkenning in het lied helpt hem daarbij. Tot slot worden de punten over de toeren verdeeld, op basis van de kwaliteit die hij per toer gehoord heeft.

Een conclusie is dus, dat het totaalbeeld (totale puntenaantal) van de vogel belangrijker is dan een puntje meer of minder op een willekeurige toer. Bijt je als kweker dus nooit meer vast in een puntje meer of minder!

Een uitspraak van Antonio: "Keuren is eigenlijk gewoon goed luisteren en logisch denken. De beste vogel moet winnen. Als keurmeester moet je steeds de vogels in gedachten houden die tot dan toe het beste waren. Dat is je referentie op een wedstrijd. Maak aantekeningen over die beste vogels, markeer ze op je aantekeningenblad. De rest vergelijk je met deze vogels. Zijn ze minder, dan moeten ze minder punten krijgen. Zijn ze meer, dan moeten ze meer punten krijgen. Bedenk de categorie waarin de vogels vallen, die je hoort. Geef ze dat aantal punten. Daarna verdeel je de punten over de toeren die je gehoord hebt. Verzin er nooit toeren bij, want wat je niet hebt gehoord, dat kun je ook niet beoordelen. Je werkt jezelf in de problemen als je toeren verzint, doet daarmee geen recht aan de kweker. En als je gewoon te weinig gehoord hebt om tot een goed oordeel te komen: heel simpel, dan schrijf je op de lijst "niet genoeg gezongen". Dat is beter dan een oordeel geven dat niet met de werkelijkheid overeenkomt."

Beoordeling van de Variaciones Conjuntas

Bij een Variaciones Conjuntas, bijvoorbeeld Cloqueos met Agua, waardeert de keurmeester  de toer op drie plaatsen op de keurlijst. Op Cloqueos, op Agua en op Conjuntas. Immers, Conjuntas is in feite geen toer, maar een wijze waarop de toer gebracht wordt, het gaat om het "samengestelde", de dubbele klank die op een en hetzelfde moment te horen is. En elke toer is door de keurmeester gehoord, daarom waardeert hij de toeren ook ieder afzonderlijk. De keurmeester let er dan wel op dat hij met de totale puntenwaardering niet de al eerder vastgestelde waarde van de vogel gaat overschrijden, hij blijft letten op het totaalbeeld dat hij al van de vogel gevormd heeft.

Een echo is wat anders dan een Conjuntas. Een echo wil zeggen dat een en dezelfde toer of deel nog een keer gehoord wordt, zich zachter of iets hoger herhaalt. Een Conjuntas betekent dat je op het zelfde moment twee of meer toeren hoort.

Bij een stam hoeven niet perse alle vogels tegelijk te zingen. Het is natuurlijk wel beter als ze gewoon allemaal zingen, want hoe meer ze zingen, hoe completer ze hun lied volledig ten gehore brengen. Maar ook als ze allemaal gezongen hebben, maar niet allemaal tegelijktijdig, dan nog is de keurmeester prima in staat om de harmonie in de zang te beoordelen.

De winnaars:

Aan het eind van de wedstrijd is het de keurmeester die bepaalt welke vogels winnen, op basis van het totale aantal toegekende punten. Zijn er keurlijsten die een gelijk puntentotaal laten zien, dan kijkt de keurmeester eerst naar de hoofdtoeren – de 27 punten toeren. Die drie toeren vormen een groep, worden bij elkaar opgeteld. De vogel die het beste is in het totaal van de hoofdtoeren is de kampioen. Zijn de keurlijsten dan nog gelijk, dan neemt de keurmeester het totaal van de 18 punten toeren. En zo voort, het staat precies in de standaard.

De organisatie geeft aan hoeveel prijzen ze willen uitreiken en in welke categorie, maar de keurmeester is ervoor verantwoordelijk welke vogels voor deze prijzen in aanmerking komen en tekent daarvoor.

Puntjes op de keurlijst:

Het doel van een stipje bij een foutieve toer is om de aandacht erop te vestigen dat de fout gehoord is, in lichte mate. Waarom geen strafpunt? Omdat de vogel al minder scoort doordat de fout gebracht wordt. De toeren die de vogel minder goed brengt door de lichte fout, worden al als minder beoordeeld. Zou de keurmeester dan ook nog een keer een strafpunt geven, dan wordt de fout in feite dubbel bestraft. Een strafpunt is dus echt ernstig, een vogel die strafpunten heeft wordt in principe niet meer voor de kweek gebruikt. Een puntje (let er wel ook op hoe dik de punt is!) is te beschouwen als een aandachtspuntje voor de kweker. Let er op, dat is alles.

Probeer te kweken met vogels van 86, 87, 88 punten of meer. Kies bij je kweekselectie voor de vogels die hoog scoren in de principale toeren (de hoofdtoeren met het hoogste aantal punten van 27). Kweek niet met een vogel die de hele keurlijst vol zingt, maar toch onder de 86 punten eindigt, want dat is dan een vogel met een vlak lied en simpele toeren van inferieure kwaliteit. Anders was de vogel tenslotte wel hoger geëindigd.

Klassiek versus Discontinue en Floreado

Een vogel met overheersend discontinue toeren is niet per definitie beter dan vogel met overheersend continue toeren. Een klassieke vogel kan zeker hoog in de punten zingen. Klassiek, Intermedio of Floreado, het zegt nog niets over het aantal punten dat de vogel gaat behalen tijdens de wedstrijd. Al heeft een keurmeester een persoonlijke voorkeur als kweker, als keurmeester zal hij toch altijd de standaard als referentiekader gebruiken, dat is zijn basis en uitgangspunt. Dit onderwerp kwam ter sprake, toen er tijdens de wedstrijd een puur klassieke, maar vrij simpele vogel, door Antonio Perez Carbajal met een hoge score van 87 punten beoordeeld werd. De vogel had een heldere klank zonder bijgeluiden, zong vrijwel alle toeren en hield niet te lang aan. De keurmeester lichtte toe dat het lied zeer behoorlijk gebracht werd. Hij vond het echter geen topvogel omdat er niets verrassends of complex aan was, het patroon in het lied was eenvoudig, de toeren waren voorspelbaar, en de drie hoofdtoeren werden in de meest voorkomende en simpele vormen gebracht. Daarom gaf hij geen topscore aan de vogel, daar was volgens hem meer voor nodig.

Even later maakte ik mee, dat een opvallend discontinue vogel heel laag in de punten zong. Het lied van de vogel was, volgens de uitleg van de keurmeester, te opgejaagd, en vol met estridencias en rascadas. De individuele toeren waren door deze fouten niet tot nauwelijks te verstaan. De vogel bracht dus wel complexiteit in het lied, maar de klank, uitspraak en articulatie was onvoldoende. De topscore op deze wedstrijd was overigens 88 punten. Van de bijna 300 vogels zijn vijf vogels met deze topscore beoordeeld.

Watertoeren en Harzertoeren:

Al zit er veel water in het lied of zelfs toeren die aan een Harzer doen denken, dan is het nog geen reden om een vogel te diskwalificeren. Volgens de standaard is het pas een reden tot diskwalificatie als er een "exceso" , dus een overdaad, aan deze toeren gebracht worden. Denk eraan dat we bij de Timbrado’s drie zangrichtingen erkennen, de metaal vogel, de holle vogels en de water vogels. Wat water op het lied maakt een klank vaak zoeter. Teveel water geeft nasaliteit, kijk daarvoor uit. Het water is het beste te herkennen als je je oren vergroot met je handen. Waterklanken kun je dan bijna niet meer missen. Echter, de vorm waarin het water gebracht wordt is nogal verschillend per vogel. De drie watertoeren zijn gelimiteerd, maar watertoeren in combinatie met bijvoorbeeld een Floreo, kunnen hele complexe toeren opleveren in de Variaciones Conjuntas.

Niet elke Discontinue vogel is een Floreado!

Een Floreado blinkt uit in Floreos,  in veel verschillende vormen. Een goede discontinue vogel blinkt uit in de discontinue toeren, heeft een rustig lied met duidelijke uitspraak, maar dan nog kunnen de Floreos en Variaciones Conjuntas heel simpel zijn. Onder simpel verstaan we de toeren die uit een enkele lettergreep bestaan, complexe toeren bestaan uit verschillende lettergrepen en hebben vaak ook nog modulatie binnen de toer (mono-lettergreep en poli-lettergrepen, vgl. fles en boteilla, 1 lettergreep en drie lettergrepen. Een Floreo met mono-lettergreep is simpel, een Floreo met poli-lettergrepen is complex. Vergelijk bijvoorbeeld: pau, pau of piauuiire piauuiiroe).

Nederland

Het viel de Spaanse keurmeesters op hoeveel Campana er in Nederland door de Timbrado's gebracht wordt. Het merendeel van de vogels brengt een zangschema van Rodadas, Timbres, Campana, Cloqueos, simpele Floreos, weinig Conjuntas en Agua semiligada. Maar opvallend is het veel voorkomen van Rodadas, Timbres en Campana. En dat terwijl de Campana welbeschouwd een simpele Floreos Lentos is, namelijk een als Campana benoemde gelimiteerde uitvoering van de Floreos Lentos – waarbij de Floreos Lentos een toer is die in essentie ongelimiteerd is. Het lijkt erop dat er door kwekers nog weinig aan gewerkt wordt om de Floreos en Variaciones Conjuntas in al zijn ongelimiteerdheid tot recht te brengen in het lied van de Timbrado. Daar valt nog veel te doen. Door selectie van de goede kwaliteit vogels op discontinuïteit (dus minder rodadas en timbres en meer op de hoofdtoeren) is het mogelijk de vogels op een hoger niveau te brengen, want dan kunnen meer verschillende Floreos en Conjuntas ontstaan. En wees dan niet tevreden met een mooie Campana of een simpele Floreo! In een Society, met zoveel enthousiaste mensen als in Nederland en zoveel verschillende kwaliteit in de vogels, moet het mogelijk zijn om op dit gebied meer te bereiken!

Samenwerking

Probeer samen te werken met andere kwekers. Alleen dan kun je resultaat bereiken: als je het alleen wilt doen dan is het teveel werk, dan zou je teveel vogels moeten kweken. Begin aan je vogels te bouwen, door goede mannen op veel poppen te zetten. Een waaier aan poppen. Probeer op die manier uit waar het beste resultaat ontstaat. Ga dan verder met de halfzussen en halfbroers. Verder en dieper in bloedlijn. Probeer de goede eigenschappen vast te leggen. En als je een basis hebt vastgelegd, ga dan weer verbeteren. In Spanje gebeurt dat ook, een aantal kwekers werken samen. Daarom is het moeilijk om aan goede vogels uit Spanje te komen, omdat die kwekers afspreken dat ze in principe de goede vogels binnen hun groep houden.

Een Timbrado-man kun je ook delen, zeker in een land als Nederland waar de afstanden niet zo groot zijn. Een man kan een week bij de een zijn en vervolgens een week bij de ander. Op die manier kun je samen eraan werken om vogels te verbeteren, dat moet toch mogelijk zijn in een Society als hier. Ga binnen de society ook niet met grote geld bedragen werken, dat geeft altijd problemen. Denk ook aan ruilen, of een vogel doorgeven met de afspraak dat je bij goed resultaat een pop of man weer terugkrijgt. Maar samenwerken is belangrijk.

Een voorwaarde daarbij is dat je die kweker dan wel echt moet kunnen vertrouwen. Dat betekent dat iedereen een goede kweekadministratie moet hebben, je moet ervan op aan kunnen dat de pop die je op je hok krijgt, ook echt verwant is aan de broer die bepaalde kwaliteiten heeft. En je moet ervan op aan kunnen dat er geen ziektes, parasieten of ongedierte op zijn hok zijn. Streef naar het vormen van zo’n groepje, waarbinnen je samen de vogels op een hoger plan brengt.

Tot slot, geef dus nooit goede vogels aan slechte kwekers. Probeer het goede materiaal zorgvuldig te distribueren, onthoud ook waar die vogels blijven. Antonio: "Als een kweker naast mijn vogels werkt met voorzang of niet mijn adviezen en ideeën opvolgt over de opzet van een kweeklijn, dan houdt het op. Dan gaat er dus nooit meer een vogel van mij heen." Maar verspreid ook nooit slechte vogels over kwekers. Breng slechte vogels altijd naar de opkoop, voor een huiskamer of balkon zijn ze prima, maar breng ze niet in het kweekbestand in.

Repeteren met een identiek kweekkoppel als voorgaand jaar, moet een kweker eigenlijk alleen doen als het resultaat heel goed was – en het nodig is om meer van dat kwalitatief goede materiaal te kweken. Anders is repeteren stilstand of achteruitgang.

De uitdaging

Laat het een uitdaging zijn om de vogels in Nederland te verbeteren. Wie nu 16/17 punten in Floreos heeft, kan er naar streven om over drie jaar 20 punten in Floreos te vangen. Dat moet mogelijk zijn. In vijf jaar zou het naar 22 punten kunnen, mits de juiste combinaties gemaakt worden. Vogels met veel Conjuntas geven een goede basis om verder uit te bouwen in de Floreos en vice versa. En dan staat of valt het uiteindelijke resultaat bij de selectie, het afluisteren, de juiste keuzes, de juiste combinaties maken en de verzorging van de vogels door het jaar heen. Als kwekers moet je niet stil blijven staan, je moet steeds streven naar verbetering. Stel, als we hier over drie jaar weer komen keuren met de BENEDU, wat zou het dan mooi zijn om te merken dat hier zo met de vogels gewerkt wordt dat vooruitgang het resultaat is!