Samenstellen van de
kweekkoppels:
Wij
kweken ieder met zes poppen en 1 of 2 mannen. Op die manier kunnen we goed selecteren op zanggelijkheid. Ons streven is om in twee
kweekrondes het gewenste aantal vogels te bezitten (ieder ongeveer 30), om deel
te nemen aan de wedstrijden.
De wedstrijden spelen we met vogels van 9
- 10 maanden oud. Na de wedstrijden selecteren we onze eigen
kweekvogels en de overblijvende vogels gaan weg. De poppen, moeders en zussen van de mannen die aan de
wedstrijden meedoen-
zetten we al in augustus apart. Vroeger gaven we deze poppen verschillende preventieve
kuurtjes. Nu doen we dat niet meer: door ervaring wijs geworden. Een gezond
vogelbestand bouw je niet op met kuurtjes. Wel geven we de poppen een multivitamine complex.
We selecteren onze eigen poppen op een prima kweekconditie en op hun afstamming.
Vier weken voor de kweek beginnen we met
het verstrekken van hoogwaardig voedsel (eivoer).
De poppen zingen niet, de poppen selecteren we op basis
van de zangresultaten van hun broer of vader. Binnen de familiegroep (tot de 5e
graad verwantschap) stellen we de koppels voor de kweek samen. Met behulp van het
computerprogramma RABIRD
controleren we vervolgens 1) de mate van
bloedverwantschap en 2) of de samengestelde koppels
binnen de voorgestelde bloedlijn blijven. (een
ander goed registratie programma is bijvoorbeeld Kweek2000.
Kweekperiode:
:
foto: de poppen in de
broedkooien |
Wij koppelen onze vogels half februari, zodat we in
maart de eerste jongen kunnen verwachten. Niet eerder, want een jonge
vogel is omstreeks 9 maanden op zijn zanghoogtepunt. Daarna gaat hij
over de top, en wordt zijn lied niet mooier. Tegen de tijd dat de
mannen broedrijp worden, komen er ongecontroleerde toeren in
het lied en gaat de vogel vaker hangen in zijn toeren. Eerst
geven we de pop, alleen in haar kooi, nestmateriaal. Als de pop met het
materiaal gaat slepen en aanstalte maakt om een nestje te bouwen is het moment
van koppelen daar. De pop moet dan wel aangeven dat ze aan de man toe is.
|
foto: de mannengalerij |
De man wordt gedurende enkele dagen een twintigtal minuten bij de pop gezet ('s
ochtends vroeg en tegen de avond). Op deze
manier kan een man in een periode bij meerdere poppen gezet worden zetten. Doordat de man vervolgens meteen weer meegenomen
wordt naar een andere ruimte, weten
we zeker dat de jongen hun toekomstige zang niet
gekopieerd hebben van hun vader, maar dat de zang voortkomt uit hun genetische
aanleg. |
foto: een vol nestje |
Als het eerste ei
er is, zetten we de man niet meer bij de pop. De eitjes rapen we en vervangen we
voor een plastic eitjes. Na het vijfde ei gaan de eitjes terug in het nest.
De pop krijgt overigens naast zaad een beetje
eivoer. Dat eivoer voeren we op, als de jongen er zijn
(zie
recept eivoer) |
foto: pop op het nest |
We laten de pop alleen broeden.
Goed eten, een rustige omgeving en zo nu en dan een badje.
|
foto: jongen van 1 dag
 |
Na 13-14 dagen komen de eieren
dan uit.
Onze poppen brengen hun nest alleen groot,
dus zonder hulp van een man.

|
foto: jongen van 1 dag |
Registratie tijdens de kweek:
Elk koppel heeft zijn eigen kweekkaart
die correspondeert met het kooinummer.
Als de jongen geringd zijn, worden ze in het computerprogramma geregistreerd. Zo
hebben wij altijd de juiste afstammingsgegevens paraat.
Op de kweekkaart vermelden wij de datum dat de eieren
gelegd zijn, de
datum dat wij de eieren zetten (terugleggen in het nest) en de datum (dertien
dagen daarna) dat we verwachten dat de eieren uitkomen. Ook vermelden wij het
aantal eieren, het aantal daarvan dat bevrucht is (na vijf dagen eischouwen)
en of de ouders goed eten geven aan de jongen. |
foto: het ringen van de
7 dagen oude jongen |
Het ringen van de jongen doen wij 's avonds, vlak
voordat het licht uitgaat. Afhankelijk van de groei van de jongen is
dat vanaf 5, 6 of 7 dagen. Als het eerste uitwerpsel op de rand van
het nest ligt is dat de aanwijzing dat het moment van ringen
aangebroken is (wilt u zien hoe? Ga naar
Ringen jonge vogels
) |
foto jongen van 14
dagen |
Dan komt de tijd dat de jongen veel gevoerd moeten
worden. Dagelijks, soms twee keer daags, eivoer verstrekken is dan nodig.
Hiernaast een nestje met 5 jongen van 15 dagen oud.
De uitwerpsels aan de rand van het nest zijn stevig van structuur: als de
ontlasting dun is, is dat niet goed en moeten direct maatregelen tegen
coccidiose genomen worden.
|
foto: handmatig
bijvoeren van het nest van 7
 |
En pech kan ook iedereen
hebben... Een pop overleed plots, met een vol nest met 4 jongen van
vijf dagen oud. Gelukkig konden we ze overleggen in een ander nest. De
pleegmoeder schrok wel even, van 3 jongen naar 7 is wel veel! We
moesten dus bijvoeren, 's ochtends en 's avonds volle kropjes maken om
zo'n groot nest te laten overleven. Maar gelukkig is de reddingsactie
geslaagd en hebben ze het allemaal gehaald. |
foto: handmatig
bijvoeren:
 |
En dan besef je hoe druk zo'n
pop het ermee heeft om al die hongerige snaveltjes te vullen. Vereist
wat handigheid! Gelukkig verkoopt de goede dierenwinkel een goed
opfokpoeder, aan te maken met wat lauw water en ze doen het er enorm
goed op! |
foto: jongen van 18
dagen |
De jongen vliegen uit als ze
bijna drie weken oud zijn. |
foto: net voor het
eerst uit het nest |
In het begin keren ze nog veel
terug naar het nest, de jongen slapen ook vaak nog in het nest. Ze
verkennen de kooi en leren te huppen en hun vleugels uit te slaan.
|
foto: broedkooi met
twee nesten |
Als de jongen tussen 18 en 21 dagen oud zijn, gaat de
man terug naar de pop (voor de volgende broedronde).In de kooi hangen we een
tweede nestje. Op het moment dat de man bij de pop is zetten we een
afscheiding in de kooi (weer twee keer 20 minuten per dag).
De jongen zitten dan aan de ene kant bij het oude nest, de pop en de man bij het
nieuwe nest . Het kan gebeuren dat de man agressief is tegen de jongen en dat
willen we natuurlijk voorkomen. |
foto: jong met voer |
Als de pop met nestmateriaal gaat slepen, verwijderen
we we de afscheiding in de kooi niet meer. De jongen zouden dan het risico lopen
dat de pop ze kaalplukt en door de afscheiding heen kan de moederpop
de jongen nog goed bijvoeren.
De jongen krijgen een bakje voer op de grond zodat ze
zelf ook leren eten. En na enkele dagen wordt ook het oude nest
verwijderd. |
foto: jongen in vlucht |
Nog een paar dagen duurt het
dan, tot de jongen goed zelfstandig eten en drinken. Dan komt de grote
verandering. De jongen verhuizen naar de vlucht. Per familiegroep bij
elkaar, afstammend van 1 vader. |
foto: jongen in vlucht |
Een periode dat de jongen veel
eten, hard groeien en na 6 weken al met het oefenen van hun
zangorganen beginnen. Observeer goed wie 'haantje de voorste' is.
Hygiene, voldoende eten en drinken, en enige afleiding moet steeds
aanwezig zijn (Luister in
Selectie en zang naar een
opname van de zangoefeningen in juli 2009) |
Waar letten wij op bij de kweek? Tips!
 |
Strenge selectie van de kweekvogels,
sluit vogels met fouten of gebreken uit van de kweek. Nu zijn de
afstammingsgegevens en hetgeen je over de voorouders weet erg belangrijk. |
 |
Voeg vogels samen die elkaar
aanvullen bij de verschillende paren, noteer wat je wilt bereiken, welke
karakteristieken je vast wilt leggen, zodat je later kan nagaan of het
beoogde resultaat behaald is (al gaan daar op z'n minst twee generaties
over heen). |
 |
Geef de poppen nu een rijk
zaadmengsel en voldoende eiwitten, vetten en proteinen (negerzaad,
hennepzaad en perilla) Denk eraan dat het embryo in het ei gevormd wordt
door proteinen, de basis voor de spieren en weefsels, terwijl de vetten de
bron van energie vormen. |
 |
Voor de vogels te koppelen, moet
duidelijk zijn dat de pop eraan toe is. Als er gevechten ontstaan, niet
forceren, maar later opnieuw proberen. Als de vogels op elkaar reageren,
naar elkaar roepen merk je dat ze eraan toe zijn. |
 |
Een extra pop achter de hand houden,
voor het geval een stiefmoeder nodig is. |
 |
Een man is in te zetten met meerdere
poppen. Laat hem bijvoorbeeld een halve dag bij de een en een halve dag
bij de ander. |
 |
Als de man de poppen bevlogen heeft,
is het belangrijk dat hij uit de kweekruimte verdwijnt, zodat hij niet
meer zingt en naar de poppen roept. De poppen kunnen dan onrustig worden
en het nest verlaten. |
 |
De poppen leggen de eieren de eerste
uren van de ochtend. Dus, let op als je de eieren wilt omwisselen voor een
plastic eitje. Schrik niet als ze een eitje eruit gooien, dat gebeurt
alleen de eerste dagen als ze nog niet op het nest zitten, als ze nog aan
het nest "werken". |
 |
Voorkom verstoringen van de
broedende poppen in de broedkooi. Bijvoorbeeld door onhandig geven van een
badje, of zaden, etc. |
 |
Het schoonhouden van de kooien moet
snel gebeuren, zonder teveel het nest te verstoren. Wel regelmatig, de
kooi moet schoon zijn. |
 |
Het mag de poppen niet ontbreken aan
eivoer (gekocht of zelf bereid). Brocolli heeft een grote hoeveelheid proteines
die helpen bij de groei van de jongen. |
 |
Het is het mooist als alle koppels
ongeveer tegelijkertijd met de broed kunnen beginnen. De jongen worden dan
ook in de zelfde tijd geboren, hebben een gelijke leeftijd, waardoor er
niet zoveel verschillen in zangontwikkeling ontstaan. We voorkomen zo dat
er zang van elkaar gekopieerd wordt. |
 |
Als de jongen nog niet zelfstandig
eten, en de moeder begint veren te plukken om weer een nieuw nest te
maken, scheidt de jongen dan van de moeder via een open tussenschotje. De
moeder zal de jongen dan tussen de tralies door bijvoeren. |
 |
Als er meer vluchten gebruikt worden
voor de jonge vogels, zal er meer variatie in de zang zal zijn. Zet steeds
een familiegroep samen in de vlucht, afhankelijk van de ruimte waarover je
beschikt langs vaderskant of langs moederskant (zet in ieder geval
tenminste 3 jonge mannen samen). |
|
Lichtschema:
De rustperiode voor onze poppen is de
'winterperiode' - van september tot december. De poppen hebben dan 9 lichturen
per dag. Vanaf half december voeren we de lichturen geleidelijk op, zodat we
half februari op 15 uur zitten. Dan is voor ons het moment om te koppelen.
De lichturen voeren we vervolgens nog in twee weken op
tot 16 uur. In de periode van de kweek hebben onze vogels dus 16 uur
licht. Dit is belangrijk, omdat de jonge vogels alleen gevoerd worden als er
licht is. Vanaf augustus worden de lichturen weer afgebouwd. Om het benodigde
licht vast te stellen, gebruiken wij "het zonnerad"
(zie onderaan deze pagina).
Voor de mannen begint dan juist de 'drukke' tijd: het
africhten voor de wedstrijden en het wedstrijdseizoen.
Een
hulpmiddel: Het zonnerad:
Met gebruik van het "zonnerad" is het mogelijk om
te bepalen wanneer een vogel broedrijp wordt en wanneer de jongen uit hun ei
komen. Het tijdstip wordt bepaald door het aantal uren licht. Met dit zonnerad is vast
te stellen hoeveel lichturen de vogels nodig hebben terwijl wij aan
"familieplanning" bij onze vogels doen.
Dit is met name belangrijk om te voorkomen:
- Dat jongen te laat of te vroeg geboren worden om aan een bepaalde wedstrijd
mee te doen
- Dat paren samengevoegd worden terwijl ze nog niet broedrijp zijn,
of als ze al over hun hoogtepunt heen zijn (gevolg: vechten en verlies van
eieren)
- Dat jongen geboren worden als het de kweker
eigenlijk niet goed uitkomt (vakantie, inenten van de vogels).
Wilt u het "zonnerad" gebruiken?
U kunt het rad uitprinten (2 x), door op het rad te
klikken.Volg daarna de aanwijzingen rechtsonder op de afdruk.
Het werkt als volgt: in het geel staan de weeknummers
afgedrukt. In de buitenste ring de lichturen. Door nu de schijf in
het midden te draaien, rechtsom of linksom, kunt u zien hoeveel uren licht de
vogel nodig heeft om op een van te voren bepaald tijdstip jongen te hebben.

Selectie van kweekvogels:
Over dit onderwerp is zoveel te zeggen, dat we er een
apart hoofdstuk aan hebben gewijd. Zie ook:
Selectie en zang en
Selectie van
kweekvogels
|