
Het grootste probleem van alle kwekers is als er een ziekte onder de vogels
heerst. De vogels kunnen niet vertellen wat hun mankeert. En veel infecties of
ziekten veroorzaken overeenkomstige ziektebeelden. De vogels zitten bol, los in
de veren, kijken niet helder uit hun ogen, halen piepend adem, soms ook met het
bekje geopend, het staartje wipt op en neer bij de ademhaling. Als u dit
allemaal ziet, tja, dan is het eigenlijk al heel laat om nog in actie te komen.
Dan helpt het in sommige gevallen nog om te kuren met antibiotica. Zet de vogel
in ieder geval apart op een warme plek. Rustiger voor de patient en beter voor de andere vogels in
verband met besmettingsgevaar. Bij ernstige gevallen is het uiteraard het beste
om de vogelspecialist (dierenarts) te raadplegen.
Maar voorkomen is altijd beter dan genezen. Toen we werkten aan het artikel
over de
geschiedenis van de Spaanse
Timbrado, viel ons oog op een aloude tip. Tot aan de 17e eeuw was het tobben met het
op grotere schaal kweken van kanaries in Spanje. Totdat monniken ontdekten dat
de vogels die in contact komen met hun eigen uitwerpselen eerder ziek werden.
Die ervaring is men in praktijk gaan brengen. Men ontwikkelde kooien waarin
in plaats van een vaste vloer, ook de bodem van de kooi uit een traliewerk
bestond. Zo kon de vogel nooit meer in zijn eigen uitwerpselen zoeken naar op de
grond gevallen zaadjes. Vanaf dat moment kon er intensieve kanariekweek
plaatsvinden.
En ja, als we onze vogels observeren in hun kooien, dan pikken ze heel wat op
van de grond. Vogels zijn echte 'grazers", ze vullen een groot deel van de dag
met het scharrelen op de bodem van de kooien. Een Timbrado is van nature een schone vogel: hij zal nooit lang op
een plek blijven die vervuild is. Lezen we in de boeken over de ziekten, dan staat er vaak vermeld -
"door contact met uitwerpselen". En als we dan weten dat alle
vogels de coccidiose bacterie in hun darmflora hebben, en dat bij vocht en
warmte een coccidiose infectie kan groeien en uitbarsten.... Dan vragen we ons
wel eens af, hoe is het mogelijk dat er nog steeds kwekers bestaan die geen
roosters hebben in hun kooien?
In Spanje
(en in vele andere landen) is elke vogelkooi standaard voorzien van een bodem van traliewerk en daaronder een opvangbak.
En echt niet omdat daar de problemen met infecties groter zijn, een droog
klimaat heeft juist minder te kampen met besmettingen. Wij hebben nu
Italiaanse kooien die standaard roosters onderin de kooi hebben liggen. Maar met enig huisvlijt,
(zie de foto hiernaast) is het mogelijk om ook de Nederlandse kooien te voorzien van een rooster boven de
opvangbak, waarbij de vogel niet meer op de grond kan
scharrelen.
Ook een voliere is op die manier in te richten, door de bodem van de vlucht
te voorzien van een rooster. Eenvoudig een licht raamwerk van hout bespannen met
stevig gaas, en aan een kant vast zetten met scharnieren. De vloer konden we
schoon spuiten met water, dat wegvloeide
door putjes.
Uiteraard moeten de vogels
wel apart een bakje grint, kalk & grit hebben.
Goede ervaringen hebben we het laatste jaar ook opgedaan met het niet meer
preventief kuren (zo weinig mogelijk antibiotica toepassen) en het sporadisch gebruik van pro-biotica, zoals bijvoorbeeld de melkzuurbacterie
en appelazijn.
Onze indruk is dat 50 % van de ziekten ontstaan door bacteriele infecties,
door bijv. van de grond opgepikt voer. Een 30 % door gebrek aan ventilatie in de
vogelruimte, een 20 % door menselijke fouten die we kunnen maken in de
verzorging.

Het badje is van
essentieel belang om goede kweek en zangresultaten te behalen. Niet alleen om
hygienische redenen, maar ook om de bloedsomloop te stimuleren Daarnaast heeft
een bad een kalmerende werking op de vogel.
Een badje moet voor de vogel ruim genoeg zijn, niet te klein. De vogel moet
er makkelijk in en uit kunnen en enige bewegingsruimte hebben.
Dagelijks een badje wordt over het algemeen zeer op prijs gesteld. Geef ze
niet teveel water, 2 cm is toereikend. Om genoegelijk te kunnen badderen moet
het water fris en vers zijn. De vogel
zal eerst een slokje water drinken en dan het
water ingaan. Laat het badje dus
niet aan de kooi hangen. Heeft de vogel niet gebadderd, haal het dan toch na een
uur weg: morgen is er weer een dag. De beste badtijd in de zomer is 's ochtends
vroeg. Op wat koudere dagen geven we het bad op het midden van de dag, zodat de
vogels zich daarna in de zon kunnen koesteren.
De volgende voordelen van het badderen worden genoemd:
- de pop wordt makkelijker broedrijp
- de mannen zingen beter en zuiverder
- de poppen leggen hun eieren makkelijker
Uit eigen ervaring weten we dat een pop die baddert tijdens het broeden,
nooit het probleem van te droge eieren heeft. Als de pop broed bij een te lage
luchtvochtigheid worden de eieren zo droog en hard dat het jong het ei van
binnenuit niet kan openen. Het jong sterft dan in het ei, volledig volgroeid.
Ook kan het gebeuren dat het ei al uitdroogt voordat het jong de kans krijgt om
te groeien. Bekend is dat de beste broedresultaten behaald worden bij een
luchtvochtigheidspercentage tussen 65 -70. Maar als de pop regelmatig een badje
neemt, dan draagt ze via haar veren vocht naar het nest. Badzouten en badolies zijn ook te koop voor vogels. Een paar druppeltjes in
z'n badje. En ja, het moet gezegd worden: het gebruik van zo'n product met
bijvoorbeeld Eucalyptusolie geeft een heerlijke frisse geur aan de vogelruimte.
Deze geur verdrijft bovendien ongedierte als insecten en naar men zegt zelfs
mijten. De vogels worden schoon door het badderen, huidschilfers blijven achter
in het badje en met schone pootjes gaan ze hun kooi weer in. Het is niet gauw te koud voor een badje. Ook buiten badderen de vogels volop.
Men zegt zelfs dat het gevaarlijk is om lauwwarm water te gebruiken: dat zou de
veren van hun vetlaagje ontdoen en de huid te droog laten. Het is dan met koud
weer gevaarlijker om lauwwarm water te gebruiken dan gewoon koud water.
Een vogel zal in het begin moeten wennen aan het bad.
Soms lijkt het erop dat
een vogel niet van een badje houdt, door het ontberen van een badje is de vogel
er niet aan gewend geraakt. Maar als ze de smaak eenmaal te pakken hebben,
zitten ze je gewoon al op te wachten en nemen ze direct een "duik".
Bij ons sjeesen ze als ware watermotoren door hun zwembad, waarbij hun vleugels
druk bewegend voor de stuwkracht zorgen. Alhoewel de vogel ons niet kan
vertellen hoe lekker hij zijn badje vindt, het is aan alles te zien dat hij er
met volle teugen van geniet. Wij zijn ervan overtuigd geraakt dat het bad een positieve uitwerking heeft op de vogel, dat het ontspannend
werkt en bijdraagt aan het welzijn van de vogel.
