Selectie van kweekvogels

 

 

HET SELECTEREN VAN KWEEKVOGELS

Met dank aan Rafael Cuevas Martinez, enkele interessante inzichten omtrent de selectie van vogels voor de kweek. Rafael is keurmeester van de FOCDE in Spanje. Bij dit artikel hebben we enige foto's geplaatst gemaakt door Martin Kramer, met veel waardering voor zijn werk. Deze foto's  illustreren hoe de wilde kanarie, zoals nog voorkomend op de Canarische eilanden, de Azoren en Madeira, door natuurlijke selectie qua kleur erg goed is aangepast aan zijn natuurlijke omgeving. 

Selecteren van kweekvogels betekent het uitkiezen van preferente vogels voor de kweek uit een groep Timbrado's. De mens selecteert al ten minste 500 jaar lang kanaries. Door deze onnatuurlijke selectie en door het leven als huisdier in onnatuurlijke omstandigheden zijn er verschillende varieteiten ontstaan en zelfs mutaties. Voorbeelden hiervan zijn witte kanaries, of kanaries die gevoelig zijn voor bepaalde ziekten.

Foto gemaakt door Martin Kramer (http://home.wxs.nl/~kramer)Natuurlijke selectie zorgt ervoor dat alleen die vogels overleven die optimaal aangepast zijn aan de natuurlijke omstandigheden. Zij geven hun genetische eigenschappen door aan latere generaties. Zwakke vogels en vogels in afwijkende kleuren overleven de 'struggle for life' niet. 

Kunstmatige selectie door de mens is met succes toegepast om veranderingen in  het fenotype van zowel plant als dier te bewerkstelligen. Op deze wijze is men er bijvoorbeeld in geslaagd om koeien te fokken met een hogere melkproductie en kippen die grotere eieren leggen, gewassen die beter resistent zijn tegen bepaalde plagen, etc.

Selectie, zowel natuurlijke als kunstmatige in combinatie met het optreden van mutaties, hibride's, crossing-over en geslaagde kruisingen, heeft ervoor gezorgd dat we vandaag de dag een grote hoeveelheid verschillende kleuren, posturen en zangkwaliteiten zien bij de kanaries. Al deze variaties konden echter alleen ontstaan op basis van de rijke genetische basis waarover de kanarie beschikt.

Bij het selecteren van vogels is het erg belangrijk te weten of een bepaalde eigenschap erfelijk bepaald is of door de omgeving is ontstaan. Omgevingsfactoren spelen altijd een rol.  En als de eigenschap erfelijk bepaald is, dan is het ook belangrijk om te weten of de eigenschap gemakkelijk overerfd. 

De eigenschappen die bepaald worden door een veelheid aan factoren, zoals bijvoorbeeld het formaat van de vogel, zijn moeilijker door selectie te verbeteren dan de factoren die netjes de wetten van Mendel volgen, zoals bijvoorbeeld sommige kleurslagen.

Door toepassing van selectie kunnen we in een aantal jaren bereiken dat een bepaald fenotype of genotype versterkt wordt van de ene generatie op de andere, waarbij bepaalde genen minder voorkomen en andere juist meer voorkomen.

Het doel van selectieFoto van Martin Kramer (http://home.wxs.nl/~mkramer/)

Door selectie en met geduld, elimineren we uit onze kweekfamilie de eigenschappen die wij als ongewenst beschouwen. Dit kunnen eigenschappen zijn die met de zang te maken hebben, maar ook fysieke eigenschappen, of gebrek aan weerstand van de vogel. Het is erg belangrijk dat we bij de selectie van de vogels niet alleen maar naar tentoonstellingsresultaten kijken.

Met selectie streven we ernaar om de volgende resultaten te bereiken:

 * Het voorkomen van erfelijke ziekten
 * Verbetering van vruchtbaarheid en groei
 * Betere resistentie tegen infecties
 * Uitsluiten van fysieke afwijkingen, quistes, etc.
 * Gezonde en robuuste vogels
 * Homogeniteit in de karakteristieken van onze kweekfamilie
 * Betere productie
 * Verbetering genotype in zang, kleur, afmeting, bevedering etc.
 * Vogels die de rui makkelijk doorkomen

Het geeft de kweker enorm veel voldoening om te merken dat met de gemaakte selecties de goede weg is ingeslagen en dat daadwerkelijk verbeteringen ontstaan op bovengenoemde punten.

Aantal te selecteren vogels

Het spreekt vanzelf dat we meer mogelijkheden hebben om te selecteren met 100 jonge vogels als materiaal  ter beschikking, dan met slechts 5 vogels.  Als je wilt selecteren op een bepaalde eigenschap is het essentieel dat je over een substantieve groep vogels beschikt waarbinnen het mogelijk is om selectie's te maken. Daarom is de periode van de kweek zo belangrijk. Onze vogels hebben dan veel aandacht nodig. En daarna moeten we zonder pardon selecteren uit onze jonge vogels: alleen verder gaan met die vogels die echt voldoen aan onze eisen, als kweekvogel en als tentoonstellingsvogel. We moeten er wel voor uitkijken dat we het aantal vogels waar we mee verder kweken niet teveel beperken. De genetische basis van onze kweekfamilie zou dan te smal worden, met mogelijke risico's van inteelt en negatieve effecten op de vruchtbaarheid. Met een rigureuze selectie kunnen we weliswaar snel resultaten behalen, maar het wordt dan heel moeilijk om het resultaat in de toekomst te borgen. Ons uiteindelijke doel is tenslotte een kweekfamilie die over redelijk homogene eigenschappen beschikt gebaseerd op een vrij brede genetische basis. Daarom is het volgens ons ook essentieel om je als kweker in een bepaalde soort te specialiseren.

Moment waarop selectie plaatsvindt

Selectie baseer je op de observatie van de vogels gedurende het hele jaar. Toch zijn er twee momenten waarop selectie het beste kan plaatsvinden:

a) Na de kweek. We elimineren de vogels voor verdere kweek, die niet de beoogde kweekresultaten behaald hebben. Poppen die weinig eieren gelegd hebben, poppen die niet zo goed hun jongen verzorgden, koppels waarbij teveel jongen niet groot gebracht werden, etcetera. Deze vogels gebruiken we niet opnieuw bij de kweek. Op dezelfde wijze elimeneren we van verdere kweek de jonge vogels die te los in de veren zitten, te groot of te klein zijn, te licht van kleur zijn. Wij streven naar groene Timbrados' of groen met een gele buik. Onze ervaring is dat gele vogels het moeilijker hebben in de groep, omdat hun veertjes erg de aandacht trekken: ze worden eerder aangepikt en van hun jasje beroofd.

b) Na de rui. Als de rui achter de rug is laat de jonge vogel het best zijn karakteristieke eigenschappen zien. Eigenschappen in zang, in kleur, in bevedering. Vogels die moeite hadden om de rui door te komen sluiten we uit van verdere kweek, evenals vogels die niet zo sterk waren. Vogels die erg laat geboren zijn zullen we ook niet voor de kweek gebruiken.

Hoe selecteren we?Foto van Martin Kramer (http://home.wxs.nl/~mkramer/)

Om te selecteren is het belangrijk om aantekeningen te maken over de vogels. Alle karakteristieken die je opmerkt, positief en negatief te noteren. Hierbij kunnen we goed gebruik maken van het geautomatiseerde kweeksysteem op onze computer. Bij de selectie is het belangrijk om objectief naar de vogels te kijken en uit te kijken voor sentimenten die de overhand kunnen nemen.

Verder is het erg belangrijk om de standaard van de zang goed te kennen en toe te kunnen passen op de vogels, om te weten met welke vogels verder gekweekt gaat worden.

Bij de selectie moeten we proberen omgevingsfactoren te scheiden van eigenschappen van de vogel. Daartoe kunnen we de eigenschappen van de vogel vergelijken met die van zijn broers, zusters of voorouders. We baseren ons bij de selectie dus op a) voorouders (ouders, grootouders, etc.), b) afstammelingen (kinderen, kleinkinderen), c) broers en halfbroers, zussen en halfzusters. Het inzicht in de wijze waarop bepaalde eigenschappen fenotypisch te herkennen zijn in de familielijn, zegt ons iets over het genotype van de vogel.

Op vastgestelde eigenschappen op basis van de familiegegevens is beter te vertrouwen dan op basis van de karakteristieken van een enkele vogel. Als de hele familie een bepaalde eigenschap heeft dan zegt dat iets over de wijze waarop de eigenschap vererfd. Er zijn ook eigenschappen die alleen beoordeeld kunnen worden door naar de familie te kijken. Om iets te zeggen over bijvoorbeeld de productie van eieren moeten we altijd naar de familie kijken. Willen we kweken met een man die op dit vlak goede eigenschappen in zich draagt, dan is het nodig om ei- productie van de zussen en moeder te beoordelen. Willen we kweken met een pop die goede zangeigenschappen draagt, dan moeten we afgaan op de zangresultaten van de broers en vader.

Als we de kenmerken waarop we willen selecteren geindiceerd hebben, dan kunnen we op basis daarvan de vogel beoordelen. Dit heeft als consequentie dat we met  bepaalde kweekfamilies binnen onze groep niet verder kweken. Uit de lijn waar we wel mee verder kweken kiezen we dan altijd de vogel die het beste aan de gewenste eigenschappen voldoet. Het is wel zaak om over voldoende kweeklijnen binnen de familie te blijven beschikken. We selecteren daarbij eigenlijk nooit op slechts een enkele eigenschap, al spreekt vanzelf dat bij de Timbrado de wijze waarop de vogel zingt een doorslaggevende eigenschap is. Maar als de vogel erg goed zingt en kampioenskwaliteiten heeft, echter zijn nakomelingen zijn zwak, ziek of misselijk, dan bereiken we nooit het beoogde resultaat.

Dat resultaat is immers: een goede kweekfamilie zonder al te veel problemen en met een continue goed resultaat in de zang. Dit resultaat hopen we te behalen met veel geduld, stapje voor stapje en in een aantal jaren.