lessen Clemente Lillo

 

In 2003 hebben we de lessen van J.L. Clemente Lillo, uiteraard met zijn toestemming, vertaald en gepubliceerd ten behoeve van de kwekers in Nederland. Deze artikelen zijn eerder verschenen in het tijdschrift van de Spaanse Vogelvereniging FOCDE - Revista Pajaros.

Met dank aan Jose L. Clemente Lillo – Keurmeester FOCDE / OMJ - vertaling E. Eweg

 
les 1   Het lied van de Timbrado les 8  Siertoeren - Floreos
les 2   Zangstructuur les 9   Siertoeren - Floreos lentos
les 3  Modulatie in de toeren les10   Kloeken
les 4  Bestudering van de zang les 11  Castanuela en Cascabel
les 5  Continue, semi-continue en discontinue les 12  Campana en Agua lenta
Les 6  Muzikaliteit en harmonie les 13  Continue toeren: timbre en var. rodadas
les 7 Samenvatting zang les 14  Timbre de Agua en Agua semiligada
   

Cursus "Zang van de Spaanse Timbrado" – deel 1

Om in staat te zijn de zang van de Spaanse Timbrado te beoordelen, is het absoluut nodig om de basisprincipes te leren van de zang. Het is daarbij belangrijk om de verschillende toeren te kunnen herkennen, de onderdelen die samen het lied vormen en de structuren die in het lied aanwezig zijn. De bedoeling van deze cursus is om het niveau te bereiken waarop het mogelijk wordt om het lied van de vogel te verstaan en om het lied, met al haar details en karakteristieke wendingen, op waarde te kunnen beoordelen. Daarvoor is het onvermijdelijk om de technische normen te bestuderen waarop de analyse en studie van de zang van de Spaanse Timbrado is gegrondvest.

In het begin lijkt het allemaal niet zo moeilijk voor de attente luisteraar, om te bepalen of een vogel mooi zingt of niet mooi zingt. Het wordt allemaal anders als u de standaard erbij pakt. De standaard is de beschrijving van de toeren die de Timbrado zingt, zoals internationaal is vastgesteld. Dit is het technische referentiekader aan de hand waarvan de zang beoordeeld wordt. Het is een complex geheel, de technische normen waarop de beoordeling van de zang gebaseerd is. Om te leren hoe met die normen om te gaan en hoe deze normen toe te passen, is het essentieel om theorie en praktijk met elkaar te combineren. En uiteraard moet u geen haast hebben, maar alle tijd nemen om de klanken die u leert te onderscheiden in u op te nemen en de technische concepten en de theorie die daarbij horen rustig te laten bezinken.

En als u dan met de standaard in uw hand gaat luisteren naar uw Timbrado, dan merkt u ongetwijfeld direct hoe moeilijk en complex het lied van de Timbrado is. De toeren wisselen elkaar zo snel af, dat u nauwelijks tijd heeft om te bedenken om welke toer het gaat. Voor u op papier staat een hele lijst toeren, met daarbij omschreven hoe deze klinken. Maar welke toer hoort u nu? Het wordt er allemaal niet makkelijker op als u, wellicht geholpen door een ervaren keurmeester, de wereld betreedt van de karakteristieke kenmerken van een toer, de toonhoogten en wendingen, de fonetische structuur, het ritme van de klanken, de kwaliteit van de klinkers en van de medeklinkers en een heel scala aan technische details meer, waarmee we uiteindelijk allemaal rekening moeten houden.

Om vooruitgang te boeken is het belangrijk om met regelmaat te studeren en om een bepaalde methode te volgen. Daarbij dienen de concepten op eenvoudige wijze uitgelegd te worden, met name als het om de basisconcepten gaat. Want op dat fundament is de essentie van het lied gebaseerd. De uitleg moet dan ook niet vervolgd worden als de basis nog niet glashelder is, die moet u eerst onder de knie krijgen.

De eerste vraag die het begin vormt van de studie van het lied van de Spaanse Timbrado is: " Wat verstaan we onder de zang van de kanarie?"

We kunnen de zang van de kanarie definiëren als een geheel van klanken en toeren, voor een deel erfelijk bepaald en voor een deel aangeleerd onder invloed van omgevingsfactoren.

De vogel vormt het lied uit deze combinatie van toeren, het resultaat dat u hoort is dus voor een deel een lied dat overgeërfd is van ouders en van voorouders. Maar ook zijn een aantal toeren en onderdelen van het lied aangeleerd, overgenomen van andere vogels of door de kweker aangedragen met behulp van kunstmatige hulpmiddelen (cd, cassette etc.).

De zang is in principe een uiting van de mannelijke geslachtsdrift. We kunnen niet zeggen dat zang de taal is van de vogels, want de poppen zingen niet noemenswaardig. De poppen brengen wel geluid voort, veel eenvoudiger in structuur en bestaande uit korte klanken, zoals tjilpen en roepklankjes.

De zang van de Spaanse Timbrado is een zeer natuurlijk klinkende zang, die meer lijkt op het lied van de wilde kanarie en daar dan ook dichter bij staat dan het lied van welke kanariesoort dan ook. Echter, men moet niet vergeten dat de zang van de Timbrado gedurende vele jaren is veredeld, door het kweken in bloedlijnen, selectie en door zangtrainingen. De mens heeft zijn intelligentie ingezet om het lied te perfectioneren, om een lied te ontwikkelen met een maximale uitstraling aan krachtige vitaliteit en levenslust, een helder metalen geluid, een vrolijk klinkend en onvoorstelbaar gevarieerd repertoire, bijna altijd uitgebracht in hoge stijgende toonklanken maar daarbij niet vrij van lage tonen of waterklanken die het lied ondersteunen.

Aandachtig luisterend naar het lied van de Timbrado, observeren we al snel:

bulletDat  het lied niet uniform klinkt maar erg gevarieerd gebracht wordt, zowel in haar vrolijke klanken, in toonhoogten en in ritme.
bulletDat het lied is samengesteld uit verschillende te onderscheiden delen.

Deze twee fundamentele karakteristieken vallen ons meteen op als we naar de complete tekst van het lied luisteren. Nu is het moment daar om uit te leggen hoe de tekst muzikaal te interpreteren is. Uiteraard is het mogelijk om te spreken over toonhoogte, intervallen en de toonladder. Maar het lied van de vogel is erg moeilijk in notenschrift te vangen, zo dit al mogelijk is. Om het lied van de Timbrado te leren interpreteren is kennis van muziek niet vereist. Het is wel zo dat de student met een zekere muzikale aanleg, een voorsprong heeft ten opzichte van anderen, enerzijds door zijn geoefende gehoor, anderzijds ook door de wijze waarop hij zich de technische normen kan eigen maken.

Bij de interpretatie van de zang geven we er de voorkeur aan om een methode te gebruiken die de tonen vergelijkt met fonetische klanken. Met het gebruik van deze methode is het complexe geheel van het lied en zijn karakteristieken relatief simpel uit te leggen.

Zodoende zoeken we naar een vergelijking tussen een zin van onze taal en het lied van de kanarie. Vervolgens hebben we afgesproken dat een zin overeenkomt met de tekst van het lied. We weten allemaal dat zinnen in een taal opgebouwd zijn uit woorden. Zo is het lied van de kanarie opgebouwd uit toeren. De overeenkomst ligt erin dat we de woorden van een verhaal vergelijken met de toeren van het lied.

Ook weten we dat elk woord bestaat uit lettergrepen, en dat elke lettergreep op zijn beurt, bestaat uit klinkers en medeklinkers. In het lied van de Timbrado is de toer opgebouwd uit lettergrepen en bestaan deze lettergrepen weer uit klinkers en medeklinkers.

Dus:
Zinnen, redevoering = lied van de kanarie; Woord = toer. Zowel woorden als toeren zijn beide opgebouwd uit lettergrepen, die weer opgedeeld kunnen worden in klinkers en medeklinkers.

Door deze vergelijkende methode gebaseerd op de menselijke spraak, op fonetische klanken, wordt het gecompliceerde lied van de Timbrado teruggebracht tot zijn basiselementen, tot lettergrepen die uit klinkers en medeklinkers bestaan.

Het is niet moeilijk de lettergreep in de toer te herkennen, die immers bestaat uit klinkers en medeklinkers:

Medeklinker: ‘ L’, klinker ‘i ‘, lettergreep: ‘Li’

En nog een keer, maar nu een samengestelde lettergreep:

Medeklinker: ‘bl’, ‘ch’. klinker ‘ou’, ‘au’

Lettergrepen: ‘blou’, ‘chau’, ‘lou’, ‘blau’, ‘chou’.

Alhoewel we dus overeengekomen zijn dat de kanarie lettergrepen gebruikt, met klinkers en medeklinkers, in werkelijkheid komt de klank van de kanarie uiteraard niet exact overeen met de lettergreep. Wat wij doen is klanken van de kanarie isoleren en vergelijken met lettergrepen uit de menselijke spraak. Dit zoeken naar een equivalent moeten we toepassen om structuur te brengen in de fonetische studie van de zang.

 

Cursus "Zang van de Spaanse Timbrado" – deel 2

Zangstructuur:

De zang van de Timbrado bestaat uit een harmonisch geheel van korte toeren. Het lied wordt gekarakteriseerd door snelle wendingen, verschillende toonhoogten en variatie en afwisseling. De zang is van betere of mindere kwaliteit, afhankelijk van de fysieke mogelijkheden van de vogel en de wijze waarop de vogel zich heeft ontwikkeld. De toeren die we in de zang herkennen zijn verschillend van karakter: de toeren die ononderbroken (continue toeren) gebracht worden en toeren met onderbrekingen. Onderbrekingen kunnen variëren van hele korte nauwelijks hoorbare pauzes (afgezette toeren), tot een duidelijke afstand tussen de lettergrepen (onderbroken toeren). Het ritme waarmee een toer wordt gebracht bepaalt daarbij de afstand tussen de lettergrepen en geeft vorm aan de fonetische compositie die wij horen.

In technisch opzicht kunnen we vooruitgang boeken als we in het lied van de Timbrado de compositie en fonetische structuur herkennen. De concepten die we in deze cursus gebruiken zijn daarom fundamenteel om het lied van de kanarie te analyseren. Maar de theorie heeft enkel waarde in combinatie met de praktijk: alleen dan leren we om alle facetten en karakteristieken van het lied te herkennen en om het lied op waarde te kunnen schatten.

Karakteristieke klinkers en medeklinkers die een rol spelen in het lied

In de wijze waarop het lied van de Spaanse Timbrado is samengesteld, horen wij praktisch alle klinkers en medeklinkers van het alfabet. Bij de zang van de Timbrado zijn de klinkers bepalend voor de klank en de medeklinkers horen we in het algemeen meer als zwakker geluid op de achtergrond.

Men zou kunnen veronderstellen dat het lied melodieuzer en aangenamer zou klinken indien het lied uit meer klinkers en minder medeklinkers samengesteld zou zijn. Echter, een klinker of een medeklinker is nooit afzonderlijk te horen. In deel 1 van deze cursus hebben we vastgesteld dat het meest eenvoudige deel van het lied de lettergreep is en die bestaat altijd minimaal uit een klinker en een medeklinker.

De medeklinkers dienen in het lied van de Timbrado veelal als verbinding tussen verschillende klinkers.

Bij sommige toeren mag een medeklinker na de klinker niet ontbreken, bijvoorbeeld bij de kleine klok (lin). De "n" is bepalend voor de karakteristieke metaalklank en de helderheid. Indien de medeklinker " n" bij deze toer zou ontbreken, zou de toer duidelijk aan kwaliteit verliezen. Voorbeelden van andere toeren waarbij de medeklinker aan het eind van de lettergreep te horen moet zijn: de castagnetten, bepaalde vormen van kloeken en bij enkele siertrillers.

Dan zijn er ook nog de medeklinkers die aan het begin van een lettergreep te horen zijn en daar het karakter van de klank benadrukken. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de rollen, bij de castagnetten en bij nog andere toeren waar we het in een later stadium over zullen hebben.

Als de medeklinkers te luid en te nadrukkelijk gebracht worden of zonder harmonie worden tussengevoegd in de tekst, dan klinkt het lied voor ons als een radiokanaal dat niet goed is afgestemd is, of we horen storende geluiden die onaangenaam in het gehoor liggen. Meerdere van die klanken samen vertroebelen het lied en doen duidelijk afbreuk aan de schoonheid van een lied.

De medeklinkers van de beste kwaliteit zijn de zachte medeklinkers, de medeklinkers die ons gehoor strelen. In het algemeen kan men zeggen dat juist de minder ingrijpende medeklinkers de compositie van het lied ten goede komen. Voorbeelden van deze zachte medeklinkers zijn: d, l, b, v, w, tsj.

De klinkers van de beste kwaliteit moeten daarentegen juist vol van klank zijn, helder en welluidend. Bij sommige toeren moeten de klinkers een holle klank hebben, bij andere toeren wordt juist een diepere klank gevraagd. De klinkers die de compositie van het lied ten goede komen zijn oe, o en u en de verschillende combinaties die met deze klinkers gevormd worden: oi, o-oe, o-u, uo, u-i, oe-u, io, i-oe, iu; heel indrukwekkend is het soms om een herhaling te horen van de klinker: o-o, oe-oe.

Bepaalde klinkers vormen de basis van een toer en zijn daar dan ook onmisbaar, zoals de a, i en e. Voorbeelden van zulke toeren zijn de a bij de castagnetten (clak), de i bij de kleine klok (lin), de i bij de metaalrollen (ri) en de e bij de rol op e (re). Als deze klinkers daarentegen voorkomen in toeren waar ze niet thuis horen, dan gaat de kwaliteit van de toer direct achteruit. De a veroorzaakt dan een afgevlakte klank, de i leidt tot een dunne, iele klank en de e maakt de klank nasaal.

 

Cursus "Zang van de Spaanse Timbrado" – deel 3

Modulatie in de toeren

Een toer wordt gezongen in één of meerdere verschillende structuren. Binnen de zang van de Timbrado horen we:

1) de statische structuur, dat is het vaste zangschema

en

2) de dynamische structuur, dat is het deel van de zang dat in beweging is.

Als we spreken van de statische structuur dan refereren we aan het deel van de toer, dat bestaat uit de lettergrepen met de bijbehorende klinkers en medeklinkers. Bij sommige toeren zijn dit steeds dezelfde klinkers en medeklinkers (bijv. de rol), andere toeren zijn heel gevarieerd en kunnen bestaan uit veel verschillende klinkers en medeklinkers (bijv. de siertrillers). Met de statische structuur refereren we echter nooit aan de bewegingen van de toeren.

We refereren aan het dynamische deel van het lied, als we het hebben over de wijze waarop toeren zich bewegen in het lied. De toer kan zich horizontaal bewegen, kan stijgen, kan dalen en kan ook een golvende beweging hebben. De bewegingen worden bepaald door de afwisseling in toonhoogten. Wisselende toonhoogten horen we bijvoorbeeld als de vogel opvolgend steeds hogere tonen laat horen, een zelfde toonhoogte aanhoudt of steeds een iets lagere toon ten gehore brengt. Maar tegelijkertijd wordt de beweging ook bepaald door de klinkers, die door afwisseling een sensatie kunnen geven van een stijgende, een dalende, een golvende of een vlakke beweging.

Alle lettergrepen in het lied kunnen zich volgens de hierboven omschreven dynamische structuren bewegen. De dynamische structuur bepaalt in belangrijke mate de waardering die aan een toer gegeven wordt. Afhankelijk van de wijze waarop de toer gebracht wordt, kent de keurmeester een hogere waarde of een lagere waarde aan de toer toe.

Horizontale of vlakke beweging

De horizontale of vlakke beweging, horen we als een toon steeds op dezelfde toonhoogte gebracht wordt of ook wanneer steeds dezelfde lettergreep gebruikt wordt.

Voorbeelden: rororororo; bli-bli-bli-bli-bli; blu-blu-blu-blu; clui-clui-clui-clui

Stijgende toeren

We noemen het een stijgende beweging als een toon steeds hoger gebracht wordt. De toer begint met een relatief lage toon en gaat in stijgende lijn omhoog totdat we een hoge toon horen. Ook is het een stijgende beweging als de vogel van volle klinkers geleidelijk overgaat naar de scherpere klinkers gaat (oe, o , e, u, i). In ons gehoor klinkt dat eveneens als een stijgende toonladder.

Dalende toeren

Hiervoor geldt het tegengestelde van hetgeen onder ‘stijgende toeren’ is omschreven.

Golfbewegingen

Onder de golfbeweging verstaan we het opeenvolgen van stijgende en dalende toeren. Deze vorm van de zang wordt het hoogst gewaardeerd, om de variatie en afwisseling die ons bijzonder aangenaam in het gehoor ligt. Als de lettergrepen dan ook nog eens duidelijk uitgesproken worden en van hoge kwaliteit zijn, dan zal de vogel een excellente impressie achterlaten.

Het voorgaande kunnen we als volgt samenvatten.

Elke toer van het lied van de Timbrado heeft zijn eigen tekst. Wij vangen die tekst in klinkers en medeklinkers zodat wij in staat zijn om het lied te identificeren. De lettergrepen die zo ontstaan, noemen we toeren. In deze toeren beluisteren we de bewegingen die het karakter aan het lied geven en medebepalend zijn voor een hogere of lagere waardering van het lied.

 

Cursus "Zang van de Spaanse Timbrado" – deel 4

Methode om de zang te bestuderen:

Om de zangkwaliteiten van onze vogels te kunnen beoordelen, moeten we vier fases door, waarbij we gebruik maken van hetgeen we bestudeerd hebben in deel 1, 2 en 3 van deze cursus. We moeten de toeren kunnen:

1) benoemen

2) classificeren volgens verschillende systemen

3) beoordelen op positieve en negatieve onderdelen

4) analyseren & waarderen op punten

1) Het benoemen van de toeren

Om een toer te benoemen moeten we haar herkennen en identificeren. Immers, we weten nu dat elke toer zijn specifieke karakteristieken heeft en herkenbaar is aan enerzijds de fonetische structuur en anderzijds aan het ritme waarin de toer gebracht wordt.

We moeten de namen van de toeren in ons geheugen griffen.

Het betreft de volgende 12 toeren:

  benaming Spaans betekenis
1. Metaalrol timbre mechanische of elektrische bel (denk aan een deurbel, wekker), klankkleur
2. Rol e, oe of o variaciones rodadas rollende, bewegende, voortgaande variaties
3. Klingel timbre de agua een rinkelende bel, maar zachter, met water
4. Kleine Klok cascabel helder (katte)belletje, heel klein klokje
5. Siertrillers floreos bloemen, versieringen, opsieren
6. Diepe fluiten floreos lentos langzame versieringen, bloemen
7. Grote klok campana (luid)klok
8. Kloeken in alle vormen cloqeuos geklok
9. Castagnetten castanuelas castagnette
10. Samengestelde toer variaciones conjuntas variaties die samengaan, een geheel vormen, met elkaar verbonden zijn.
11. Klokkende waterslag agua lenta langzaam bewegend water
12. Bollende waterslag agua semiligada water dat in beweging is en bijna vloeiend – vergelijk legato

Als we met enige aandacht naar de namen van de toeren kijken, dan is het mogelijk om de naam van een toer te associëren met geluiden die we kennen in onze omgeving. Met name als we de Spaanse betekenis van het woord tot ons door laten dringen, dan is de overeenkomst groot met woorden die gebruikt worden in het leven van alledag. Bijvoorbeeld de metaalrol, in het Spaans de ‘timbre’ genoemd. In de akoestiek van de toer bestaat een klare overeenkomst met het woord ‘timbre’. Een ‘timbre’ is namelijk een mechanische of elektrische bel (trrrrriiiiiiing). Een ander voorbeeld is de kleine klok, die in het Spaans de ‘cascabel’ wordt genoemd en daarmee precies overeenkomt met het geluid dat voortkomt uit een heel klein klokje of een helder (katte)belletje (lin, lin lin). Het moge duidelijk zijn dat de Spaanse benamingen van toeren niet willekeurig en fictief gekozen zijn, maar dat de namen van de toeren een directe relatie hebben met de werkelijkheid. De toeren zijn met hun naam te identificeren, omdat de naam aangeeft welke lettergrepen de vogel gebruikt in de toer oftewel met welk geluid de toer overeenkomt of te vergelijken is. Enkele namen van toeren hebben geen directe overeenkomst met een bepaald bestaand geluid uit onze leefomgeving; de benamingen duiden dan enkel een klank aan (vergelijk bijvoorbeeld het Nederlandse woord kirren).

Als we de namen van de toeren goed in ons hebben opgenomen en we kunnen ons een voorstelling maken van het klankbeeld, dan is het zaak om simpelweg te proberen om toeren te herkennen, elke keer als we onze vogels horen zingen.

We horen een rollend geluid en duiden dat als een rol, we horen geklok en duiden dat als kloeken en we herkennen geluiden als bijvoorbeeld een kleine klok, de castagnetten of de grote klok.

De kennis van de namen van de toeren en de juiste associaties bij de benaming is het vertrekpunt, de basis om de toeren te kunnen identificeren, nog zonder dat noodzakelijk is om al direct meer kennis te hebben van een bepaalde toer. Om het juiste begrip van het Spaanse woord te krijgen is hierboven bij de benaming van de toeren het Spaanse woord en de betekenis daarvan gegeven. De betekenis van een woord is meer dan een simpele vertaling, het is belangrijk om de woorden in hun volle betekenis tot ons door te laten dringen; dat vereenvoudigt het herkennen van toeren.

2) Het classificeren van de toeren:

Classificatie van de toeren vindt plaats op basis van de karakteristieken van de betreffende toer. Verschillende vormen van classificatie bestaan, namelijk classificatie op:

bullet- het ritme waarin de toer gebracht wordt;
bullet- puntenwaardering;
bullet- het aantal klanken
bullet- basis van de fonetische structuur van de compositie en de variatie in lettergrepen
bullet- positieve of negatieve aspecten in de toer

a) het ritme waarin de toer gebracht wordt:

Als we het over het ritme hebben waarin de toer gebracht wordt, dan hebben we het over de tijd die ligt tussen de uitspraak van de ene lettergreep en de volgende lettergreep. Bij de lettergrepen die de toer vormen is de afstand tussen de lettergrepen verschillend bij de ene toer en bij de andere toer. Het is zelfs zo dat elke toer of opeenvolging van toeren in kaart te brengen zijn aan de hand van de ritmische ordening in het lied van de vogel. Sommige toeren manifesteren zich zo snel en in elkaar gedrukt, zodat wij de lettergrepen als aaneengesloten horen. In andere toeren is tussen de lettergrepen een zekere afstand of een kleine ruimte te horen. Tot slot zijn er ook de toeren waarbij de afstand tussen de lettergrepen heel duidelijk aanwezig is. En hier komen we dan bij de drie belangrijke hoofdgroepen:

Ononderbroken (continuos)

Afgezet (semi-discontinuos)

Onderbroken (discontinuos)

 

Cursus "Zang van de Spaanse Timbrado" – deel 5

Continue (ononderbroken –10 of meer lettergrepen per seconde)

Het betreft hierbij die toeren waarbij de lettergrepen gerepeteerd worden zonder een vorm van onderbreking. De lettergrepen volgen elkaar zo snel op dat wij een continue geluid horen.

In deze ononderbroken toeren is de medeklinker "r" het meest opvallend en bepalend voor het specifieke karakter van de toer. Deze medeklinker kan met verschillende klinkers samenklinken. De lettergrepen manifesteren zich soms op een wijze waarbij de klinker of de medeklinker gedurende een kort moment benadrukt wordt.

Voorbeelden: riririrrrrrrrrr, rorororrrrr, rururuuuuu.

De ononderbroken toeren zijn:

METAALROL en ROL OP E, U of O: dit zijn toeren waarin altijd de medeklinker "r" te herkennen is.

Binnen deze groep komen we daarnaast ook twee toeren tegen die ononderbroken zijn, maar waarin andere medeklinkers van belang zijn.

De KLINGEL, waarin nooit een "r" te horen mag zijn.

En de BOLLENDE WATERSLAG die, afhankelijk van de snelheid waarmee de toer gebracht wordt, soms ononderbroken klinkt en waarbij ook andere medeklinkers dan de "r" kunnen voorkomen.

Semi- discontinue (half onderbroken – 5 tot 9 lettergrepen per seconde)

Bij deze toeren zijn de afzonderlijke lettergrepen te herkennen, omdat er een hele korte afstand of een hele kleine pauze te horen is tussen de lettergrepen, zonder dat de lettergrepen duidelijk van elkaar gescheiden zijn. Het betreft de volgende toeren:

de BOLLENDE WATERSLAG, in de gevallen dat de toer minder snel gebracht wordt.

en de SIERTRILLERS.

Discontinue (duidelijk onderbroken– 4 of minder lettergrepen per seconde)

Dit zijn de toeren waarbij er een duidelijke afstand is tussen de lettergrepen die de toer vormen, waarbij een toer dus al kan bestaan uit twee lettergrepen die duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn.

Deze groep wordt gevormd door de volgende toeren:

DIEPE FLUITEN, KLEINE KLOK, GROTE KLOK, KLOEKEN, CASTAGNETTEN, en KLOKKENDE WATERSLAG.

De SAMENGESTELDE TOEREN die verderop meer uitgebreid aan de orde komen, kunnen afhankelijk van hun ritme geclassificeerd worden in zowel de groep ononderbroken, half-onderbroken als onderbroken. Dit is afhankelijk van de plaats van de toer in het repertoire waarbij de toer klinkt als een dubbelklank of dat duidelijk een duo te horen is.

B) Puntenwaardering

Om de kwaliteit van een toer te beoordelen wordt een waarderingssysteem toegepast, waarbij de behalen waardering altijd deelbaar is door drie. Dat betekent dat het maximale aantal punten per toer met drie te vermenigvuldigen is om tot de beoordeling op de keurlijst te komen.

De toeren worden in drie categorieën geclassificeerd:

1) Bijzondere of complexe toeren, invloed: zeer goed.

2) Semi gecompliceerde toeren, invloed: goed.

3) Basistoeren of minder complexe toeren.

De bijzondere of complexe toeren die de klankkleur van het lied een hoge kwaliteit kan geven:

Siertrillers

9 punten

Diepe Fluiten

9 punten

Samengestelde toeren

9 punten

De toeren die enigszins complex zijn, en een belangrijke bijdrage kunnen geven aan de kwaliteit van het lied :

Rol op e, o of oe

6 punten

Kloeken in alle vormen

6 punten

Klokkende waterslag

6 punten

Tot slot, de basistoeren of de minder complexe toeren:

Metaalrol

3 punten

Klingel

3 punten

Kleine klok

3 punten

Grote klok

3 punten

Castagnetten

3 punten

Bollende waterslag

3 punten

 

C) Het aantal klanken

Men maakt bij deze classificatie onderscheid in twee groepen:

1. eenvoudige toeren, oftewel die uit een enkelklank bestaan

2. samengestelde toeren, oftewel die uit een dubbelklank bestaan.

De eenvoudige toeren zijn allen toeren waarbij we een enkele klank horen, en kunnen dan ook zowel vallen onder de groep ononderbroken, als onder de half-onderbroken of onderbroken toeren.

De samengestelde toeren, die op de keurlijsten ook SAMENGESTELDE TOEREN genoemd worden, zijn die toeren waarbij de Timbrado twee verschillende klanken simultaan laat klinken en die samensmelten of elkaar opvolgen.

Er zijn veel verschillende van deze samengestelde toeren, we kunnen wel zeggen dat vrijwel alle toeren als een dubbelklank gebracht kunnen worden. Eén toer vormt de basistoon en een tweede toer is de bijklank die de basistoon volgt.

Deze toeren geven ons soms het idee van een echo, als de bijklank idem is als de basistoon, maar soms ook is de basistoon compleet anders dan de bijklank.

Vast staat wel dat de "watertoeren" in feite ook een vorm van samengestelde toeren zijn, al worden ze op de keurlijsten en ook in de standaard van de Timbrado als op zich staande aparte toeren behandeld en beschreven. De basistoon wordt gevolgd door een bijklank die water bevat. De bijklank bepaalt de mate waarin deze toer resulteert in een min of meer borrelende waterklank, die als de toer snel gebracht wordt overgaat in de klank van zacht stromend water.

D) classificatie op basis van de fonetische structuur en de variatie in lettergrepen

Toeren kunnen onderscheiden worden in enkelvoudige toeren en meervoudige toeren.

Een enkelvoudige toer heeft altijd een zelfde samenstelling en fonetische structuur. Dat wil zeggen dat de lettergrepen van deze toeren bij alle Timbrado’s altijd dezelfde zijn.

Bijvoorbeeld:

de KLEINE KLOK (lin)

ROL OP O, E OF U: de enige medeklinker is de "r", maar de lettergreep is altijd samengesteld uit "r" met klinker "e" (re), "r" met klinker "o" (ro), of "r" met klinker "u" (ru).

Een meervoudige toer is daarentegen een toer die in zijn samenstelling of fonetische structuur varieert, wat duidelijk blijkt uit de onmogelijkheid om alle lettergrepen te noemen waaruit de toer kan bestaan.

Bijvoorbeeld:

de SIERTRILLERS, de DIEPE FLUITEN en de SAMENGESTELDE TOEREN.

E) Classificatie op basis van positieve of negatieve aspecten in de toer

De positieve toeren zijn die toeren die bijdragen aan de waarde en kwaliteit van het lied. Deze toeren worden gewaardeerd in punten zoals eerder omschreven, waarbij meer of minder punten afhankelijk is van de kwaliteit van de toer.

De negatieve toeren zijn die toeren die afbreuk doen aan de waarde en kwaliteit van het lied. Het zijn alle geluiden die onaangenaam klinken en die daarmee de melodie en de schoonheid van de voordracht verstoren. Als deze toeren voorkomen in een overigens goed lied, dan worden daarvoor punten afgetrokken.

Aftrek vindt plaats op drie negatieve aspecten in toeren:

Schrapende geluiden: maximale aftrek 3 punten

Scherpe geluiden: maximale aftrek 3 punten

Nasale geluiden: maximale aftrek 3 punten.

 

Cursus "Zang van de Spaanse Timbrado" – deel 6

Een prima vogel is het makkelijkst om te beoordelen. Zo’n vogel zingt zijn repertoire met een helder geluid en de toeren zijn goed herkenbaar. Een toer bestaat dan uit duidelijke lettergrepen en het ritme is onmiskenbaar: continue, semi-continue of onderbroken. Het lied wordt met enthousiasme en veel afwisseling gebracht. Vage of onzuivere tonen ontbreken, klanken die slecht in het gehoor liggen komen niet voor. Bij het horen van zo’n lied kunnen we zonder aarzeling de toeren herkennen en snel de juiste punten toekennen. Heel anders is het bij een vogel die toeren niet goed articuleert. Als de lettergrepen niet duidelijk gebracht worden of niet benadrukt, als een teveel aan medeklinkers gezongen wordt, als continue, semi-continue en onderbroken niet goed van elkaar te onderscheiden zijn, dan brengt een vogel een keurmeester van de wijs. Zo ‘n vogel is moeilijker om te beoordelen. Een dergelijke vogel zal dan ook uiteindelijk met lagere punten beoordeeld worden.

Bijna geen enkele vogel beheerst alle toeren even goed. De zang van de kanarie heeft beperkingen. Als de vogel een bepaalde toer bijna perfect brengt, dan gaat dat vrijwel altijd ten koste van een andere toer. Uit de standaard vormen we ons een ideaal beeld van helder metaal, zacht water, duidelijke holle toeren, mooie kloeken, langzaam gebrachte fluiten, uitbundige siertrillers en samengestelde toeren die allen met veel afwisseling gebracht worden. Idealen zijn als sterren: ze wijzen ons de weg maar ze blijven ongrijpbaar. De vogel die voldoet aan het ideaal is dan ook niet te vinden, omdat bepaalde toeren in feite tegengesteld aan elkaar zijn.

Het is de beginnende kweker aan te raden om naar de kwalitatief goede toeren in het lied te zoeken, de toeren die onmiskenbaar aanwezig zijn en in het juiste ritme gebracht worden. Vervolgens is het van belang om de vogels van deze goede lijn separaat te houden van vogels van andere zangrichtingen, zodat geen onduidelijke klanken of minder goede toeren van andere vogels overgenomen worden.

Andere factoren, muzikaliteit en harmonie

Met hetgeen beschreven is in voorgaande lessen, is het nog niet mogelijk om een Timbrado te beoordelen. De verschillende lettergrepen kunnen heel goed gearticuleerd worden, maar dat zegt nog niet alles over de kwaliteit van het lied. Wat onderscheidt nu het lied van de ene Timbrado van de andere, waarom worden wij nu juist door dat ene lied zo geraakt? Andere factoren dan de al eerder genoemde spelen eveneens een rol van betekenis:

bullethet aantal verschillende toeren dat in het repertoire voorkomt;
bulletde wijze waarop een toer gebracht wordt (binnen de standaard, het referentiekader, zijn verschillende uitingsvormen van een zelfde toer mogelijk);
bulletde wijze waarop de tonen ons muzikale gehoor strelen, helder, zacht en zoet, zonder scherpe of schelle klanken
bullethet samenspel van toeren als een harmonieus geheel;
bulletbij een stam vogels: het harmonieus samenklinken van de toeren als geheel

 

In één lied kan een toer in verschillende vormen gepresenteerd worden. De toer wordt dan op verschillende manieren gezongen, afhankelijk van het ritme met méér of minder lettergrepen. Een toer kan stijgen, dalen en snelle wendingen vergroten de variatie in het lied. De wendingen, de variaties en de verschillende vormen van een toer worden met meer punten beoordeeld dan een vlakke toer die steeds op een zelfde wijze gebracht wordt.

Van essentieel belang is het dat het lied muzikaal aangenaam klinkt. Het lied van de Timbrado moet harmonieus zijn, waarbij de toeren elkaar bijna logisch opvolgen. Scherpe klanken mogen in het lied niet voorkomen. Dus geen metaalklanken die te luid gebracht worden en die pijn doen aan onze trommelvliezen. Samenvattend is het belangrijk dat de Timbrado goed articuleert en in de structuur van zijn toeren de juiste lettergrepen ten gehore brengt op een mooie, zuivere, en heldere manier.

Het moge duidelijk zijn dat de Timbrado een enorme variëteit aan toeren kan brengen en dat er ook verschillen kunnen bestaan in de voordracht van één bepaalde toer. Het is dan ook niet verwonderlijk dat geen Timbrado identiek zingt. De wijze waarop de vogels de toeren brengen is afhankelijk van de afstamming en afkomst van de vogel (zijn voorouders, bloedlijn, omgeving). Ook de door de kweker ingezette ontwikkeling van de zang is van belang. De kweker immers selecteert zijn vogels in een bepaalde zangrichting. Het is inmiddels bewezen dat er een directe relatie bestaat tussen de vorm van het zangorgaan (de siringe) en het type zang van de vogel.

Twee zangrichtingen: ‘droge zang’ en ‘zang met water’

In het algemeen onderscheiden we bij de Timbrado's twee zangrichtingen: de ‘droge zang’ en de ‘zang met water’. De droge zangrichting valt weer te onderscheiden in twee typen met eigen kenmerken. Ten eerste de metaaltonen, waarbij de heldere metaalklanken in het merendeel van de toeren overheersend aanwezig zijn en ten tweede de holle tonen, waarbij de toeren vooral hol klinken.

Sinds jaar en dag vormen de uitbundige metaalklanken de meest karakteristieke toeren van de Timbrado. De zangrichting met de droge metaalklanken is de richting die jarenlang overheersend aanwezig was op de tentoonstellingen. In deze zangrichting zijn prachtige gevarieerde voordrachten te horen, mits goed geselecteerd en van een heldere klank. Deze zangrichting met zijn metale rinkelende klank, in het Spaans "Timbre" genoemd, is in de geschiedenis bepalend geweest voor de naam van de Timbrado.

De holle zang heeft veel minder metaalklanken in de verschillende toeren. In deze zangrichting komen vooral toeren voor die hol klinken, alsof op een lege doos geklopt wordt.

Het is logisch dat in een goede en pure droge zang, zowel bij de metaalrichting als bij de holle richting, de waterklanken afwezig moeten zijn.

De zang met water manifesteert zich als de Timbrado gespecialiseerd is in de verschillende watertoeren. Het is echter niet de bedoeling dat de Timbrado deze watertoeren op een overheersende wijze brengt, zoals de Waterslager. De waterklanken kunnen het lied van de Timbrado verzachten, enkele toeren worden zoeter en andere toeren krijgen een zachte naspelende waterklank.

De twee genoemde zangrichtingen moeten we in de algemene zin beschouwen, want in de praktijk komen we ook hier weer allerlei variaties tegen. Op de tentoonstellingen treffen we tegenwoordig soms zelfs vogels met een wonderlijke ontwikkeling van de siringe (het zangorgaan). Deze vogels zijn dan in staat om in de ‘droge zang’ zowel metaal als holle klanken te brengen en in hetzelfde lied horen we ook waterklanken. Deze ontwikkeling hebben we te danken aan de inspanningen van de kwekers die na vele kruisingen en zorgvuldige selectie een dergelijk resultaat bereikt hebben. Persoonlijk heb ik een enkele maal vogels mogen keuren met een uitbundig repertoire dat voor ongeveer de helft bestond uit heldere metaalklanken in allerlei variaties en voor de andere helft uit excellente watertoeren. Zo’n lied is wonderschoon en onvoorstelbaar indrukwekkend.

De standaard als referentiekader

Voor de correcte beoordeling van de Timbrado’s gebruiken we de keurlijst, gebaseerd op de erkende ‘standaard’. Dit referentiekader is zo breed dat alle toeren daarin tot hun recht komen, maar tevens zo specifiek dat de toeren in verschillende vormen naar waarde beoordeeld kunnen worden. De huidige standaard is officieel erkend door de Confederacion Ornitologica Mundial (COM) en omvat alle aspecten van het lied van de Timbrado. Deze standaard is door COM/Spanje in 1995 voorgesteld tijdens het COM congres te Udine (Italië). De standaard is het resultaat van jaren van inspanningen en het werk van het nationale college van keurmeesters (CNJ) van de Federacion Ornitologica Cultural Deportiva Espanola (FOCDE). Echter, de acceptatie van de nieuwe standaard was een pijnlijke zaak voor veel liefhebbers van de Timbrado, omdat daarmee automatisch de eerder in gebruik zijnde standaard als referentiekader verviel. Er valt wel het één en ander aan te merken op de overhaaste wijze waarop dit nieuwe referentiekader internationaal reglementair werd overgenomen. Het ware beter geweest voor de eenheid in de Timbradowereld als van tevoren meer tijd was genomen voor overleg en technische adviezen.

Samenvattend

Bijna eindeloos zijn de mogelijke toeren die we kunnen horen bij verschillende Timbrado’s. Zeker als we denken aan de samenklanken, de samengestelde toeren en de siertrillers. Variaties in toeren, maar ook variaties binnen een toer, in ritme, afwisseling en in wendingen in het lied. Het is volstrekt logisch dat geen enkele vogel al deze toeren met een zelfde graad van perfectie kan brengen. De Timbrado is dan ook in de meeste gevallen gespecialiseerd in een bepaalde zangrichting. Alleen enkele zeer uitzonderlijke exemplaren zijn in staat verschillende zangrichtingen te combineren. Het gaat bij het lied van de Timbrado om de kwaliteit van de toeren, niet om de kwantiteit. Een vogel die een klein repertoire heeft maar daarbinnen kwalitatief goede toeren brengt is te prefereren boven een vogel met een groot repertoire maar met vage of onzuivere toeren.

De keurlijst biedt de mogelijkheid om de toeren op waarde te beoordelen. De toeren die van goede kwaliteit zijn moeten dan ook de hoge punten krijgen die ze waard zijn. Het doet er dan niet toe dat een enkele toer ontbreekt in het repertoire. In de eindclassificatie moet de vogel met een kwalitatief goed maar klein repertoire hoger eindigen dan de vogel die met kwalitatief slecht maar volledig repertoire. Een vogel die wel alle toeren zingt maar waarbij de toeren slecht, vaag of onzuiver zijn, wordt in de wandelgangen wel een "puntendief" genoemd. Immers, op elke toer worden wat punten gescoord maar de kwaliteit van de toeren ontbreekt.

Om technische redenen is het daarom onacceptabel dat een vogel die niet alle toeren zingt niet tot een eerste categorie vogel zou kunnen behoren, want dat zou dan betekenen dat de kwantiteit boven de kwaliteit gesteld zou worden. En dat mag nooit de bedoeling zijn.

 

Cursus "Zang van de Spaanse Timbrado" – deel 7

De kennis die een rol speelt in het reglement van het Nationale College van Keurmeesters [CNJ-Spanje] is onmisbaar bij het beoordelen van het lied van de Timbrado. Daarom vervolgen we met een uitwerking van de basisbegrippen.

Het eerste dat we waarnemen als een vogel de lucht uitstoot vanuit zijn luchtzakken via de syrinx, is een serie geluiden die tezamen een melodie vormen. Zo creëert de Timbrado muziek. Want deze samenklanken dragen immers de drie karakteristieken van muziek in zich, namelijk: ritme, melodie en harmonie.

Als we aandachtig luisteren is het nu mogelijk om de fonetische betekenis van de zang te vatten, de klinkers, medeklinkers en lettergrepen die de verschillende muzikale stukken vormen, de verschillende toeren.

Echter, de woorden waarmee een lied belichaamd wordt en die de samenhang van de geluiden aanduidt, moeten we kennen om een beter begrip te krijgen van de toeren zoals in de standaard omschreven worden. Een breed algemeen zang inzicht, zal ons helpen op het moment dat we de zang van een vogel bespreken met derden.

Luisterend naar het lied van een kanarie horen we geluiden die in principe goed of slecht kunnen zijn. Afhankelijk van de muzikaliteit horen we een melodie of simpelweg een geluid. Het verschil is een ieder duidelijk, nu moeten we analyseren waaruit dat verschil bestaat.

Toegegeven, theoretisch is het niet zo eenvoudig is om dit verschil te verklaren. Wat voor de één geluid is, klinkt de ander als muziek in de oren en omgekeerd. Het fundamentele verschil tussen muziek en geluid is dat bij muziek tonen zijn vast te stellen en dat de vibraties een zekere regelmaat vertonen, terwijl bij geluid de vibraties onregelmatig zijn en we geen zuivere tonen horen.

Geluid

Geluid is hetgeen wij waarnemen als in ons gehoororgaan vibraties tot stand komen, veroorzaakt door geluidsgolven die door de lucht verplaatst worden. De snelheid van het geluid hangt af van omstandigheden: in vacuüm wordt geluid niet verplaatst. Maar in de lucht bij 0o C is de snelheid van het geluid 331m. per seconde. De snelheid van het geluid loopt op met 0,6 m per seconde bij een temperatuur stijging van 1o C. In ons brein worden deze geluidsgolven vervolgens gekwalificeerd als geluid, als muziek of als ruis, afhankelijk van de snelheid en regelmaat van de vibraties en de intensiteit.

Geluidskwaliteit

Geluid beoordelen wij op drie aspecten:

bullettoon
bulletintensiteit of hoogte
bullettimbre of de kwaliteit

 

De toon

De toonhoogte maakt het onderscheid tussen diepe tonen en hoge tonen en bestaat uit een grote of lage snelheid van de vibraties. Een hoge frequentie van vibraties geeft hoge tonen, een lage frequentie van vibraties geeft lage tonen. Ons gehoor kan alleen frequenties ontvangen met vibraties tussen 20 en 20.000 per seconde. In de muziekwereld wordt over hele tonen en halve tonen gesproken. Bij de halve tonen wordt dan gerefereerd aan de muziekschaal tussen Mi en Fa en Si en Do.

Intensiteit

Wij onderscheiden een sterk geluid of een zwak geluid, afhankelijk van de omvang van de geluidsgolven. Hoe omvangrijker, hoe intenser het geluid en viceversa. Wederom is ons gehoor hierbij beperkt, wij zijn niet in staat om geluidsgolven op te vangen die qua omvang onder een bepaald minimum komen. Dit minimum aantal komt overeen met de grens voor wat voor ons nog hoorbaar is. Als de omvang van de geluidsgolven echter enorm groot is, wordt een andere grens bereikt: het doet dan pijn aan je oren.

Ook moeten we een onderscheid maken tussen het orgaan dat de geluidsgolven ontvangt en de perceptie van de geluidsgolven. Of geluidsgolven ontvangen worden hangt dus af van de omvang van de geluidsgolven. De perceptie van de ontvangen geluidsgolven wordt mede bepaald door de gevoeligheid van ons gehoor, de intensiteit van de vibraties die de helderheid aan de toon geven en uiteraard ook van onze afstand hemelsbreed van de geluidsbron.

Timbre

Ten slotte wordt hier nog het timbre genoemd, de klankkleur. Met de klankkleur horen wij onderscheid tussen verschillende instrumenten, ook al worden dezelfde tonen gespeeld. De klankkleur of het timbre van het lied heeft een relatie met de complexiteit van de vibraties, met de aanwezigheid van meerdere vibraties op hetzelfde moment.

Wat is muziek?

Volgens het woordenboek van de Koninklijke Academie van de Spaanse Taal is muziek de kunst om geluiden te combineren in een tijdsperiode, op een wijze die een vreugde geeft om naar te luisteren. De drie essentiële elementen waaruit muziek bestaat zijn: ritme, melodie en harmonie.

Ritme

Ervan uitgaande dat muziek is opgebouwd uit geluiden, is vast te stellen dat het ritme in muziek bepaald wordt door ordening en duur van de geluiden in de tijd. Het ritme wordt geboren uit het gegeven dat de menselijke geest altijd overal ordening in probeert te herkennen, of het nu een dans is, een gedicht of muziek. Het ritme bestond al toen onze voorouders nog in het stenen tijdperk leefden: het ritme bestond eerder dan muziek.

De relatie tussen muziek en ritme ontstond, door toevoeging van harmonie en melodie, dat wil zeggen, het ritme is vooraf gegaan aan de melodie en ook aan de harmonie als vrucht van een logische evolutie. Overigens moeten we ritme niet verwarren met de maat, daar een ritme één of verschillende maatslagen kent. De maat is een eenheid die door de componist van een muziekstuk wordt vastgesteld zoals het hem past.

De maat is ontstaan om te voldoen aan een technische behoefte van de muzikanten om samen te kunnen spelen waarbij het ritme in een absolute regelmaat wordt ondergebracht.

Melodie

Dit is het aspect van de muziek dat de eenheid vormt van verschillende met elkaar samenhangende geluiden, dat wil zeggen, dat de melodie het verbindend element is tussen de geluiden van verschillende sterkte, toonhoogte en duur die samen muziek vormen.

Harmonie

Dit laatste aspect van muziek bestaat uit de combinatie van gelijke of verschillende geluiden, in akkoorden. Het verschil tussen harmonie en melodie is fundamenteel: bij melodie gaat het om elkaar opvolgende tonen, bij harmonie gaat het om tonen die gelijktijdig klinken. Het moge duidelijk zijn dat de Timbrado een melodie zingt, terwijl de vogels in stamverband een harmonie brengen.

Zang

In voorgaande paragrafen is over zang gesproken. We kunnen eenvoudigweg zeggen dat zang bestaat uit het voortbrengen van een serie in elkaar vloeiende geluiden.

Wat is in elkaar vloeiend?

Hiermee wordt de overgang tussen halve noten bedoeld, in de melodie geëffectueerd met tijdelijke verhogingen of verlagingen (kruisen en mollen) en in de harmonie met overgangs akkoorden.

Wat is de muziekkleur?

Onder de muziekkleur verstaan we de verschillende graden van intensiteit van een toon en die over het algemeen in woorden aangeduid wordt. Het is in de muziekwereld normaal hiervoor Italiaanse woorden te gebruiken, zoals bijvoorbeeld: "piannissimo", "fortissimo" en ook woorden die de expressie aangeven, zoals bijvoorbeeld "crescendo", etc.

Wat is harmonieus?

Als we een geluid horen, besef dan dat hetgeen we horen een samenstelling van geluiden is. De toon die we horen is de basistoon, de toon die de andere tonen domineert. Maar tegelijkertijd produceert de vogel een groot aantal andere geluiden, van een zachtere klank die perfect samensmelten met de dominante klank. Deze andere geluiden maken de zang harmonieus. Ze geven de schoonheid aan het lied en maken het lied interessant om naar te luisteren. De vogel die in staat is om zijn tonen harmonieus te zingen is een vogel met goede capaciteiten. Tevens is het zo dat het menselijk gehoor dat in staat is deze tonen juist te horen, een muzikaal gehoor is.

Met de behandeling van deze basisbegrippen kunnen we nu de stap maken naar de toeren van de Timbrado.

 

Cursus "Zang van de Spaanse Timbrado" – deel 8

In het zangschema van de Timbrado worden de toeren weergegeven. De basistoeren die de spil van het lied vormen en de complementaire toeren. Samen vormen zij een harmonieus geheel van briljante tonen en vrolijke, snel afwisselende klanken. De basistoeren en de complementaire toeren bepalen samen de eigen stijl van onze Timbrado. Zowel de basistoeren als de complementaire toeren dragen bij aan het lied, in welke mate hangt uiteraard af van de kwaliteit waarmee ze gebracht worden.

Als we de toeren vergelijken naar de waardering in punten die te behalen zijn per toer, dan zijn de belangrijkste toeren de siertoeren: de Floreos (Siertrillers), de Floreos Lentos (Diepe Fluiten) en de Conjuntas (Samengestelde toeren). Aan deze toeren zullen we hier dan ook bijzondere aandacht geven, met technisch commentaar en zelfs een beetje historie en vergelijk met andere toeren.

De siertoeren

De klanken, variaties of toeren die in het zangschema van de Timbrado tot de siertoeren behoren, zijn van superieure kwaliteit als ze aan de volgende karakteristieken voldoen:

bulletZe zijn in veelheid aanwezig en alle klinkers en medeklinkers komen erin voor.
bulletZe komen voor in een rechte beweging, stijgend, dalend of golvend.
bulletHet ritme waarin de toer gebracht wordt is halfonderbroken of afgezet.
bulletDe toer kan eenvoudig zijn (een enkele klank) of samengesteld (een meerklank).
bulletHet karakter is positief, geeft kleur aan het lied.

 

Vanaf het begin van de studie van de Timbradozang is speciale aandacht gegeven aan deze siertoeren. De schoonheid van de voordracht, de complexiteit, de variëteit in fonetische weergave, en de enorme afwisseling die deze toeren aan het repertoire geven, vormen uiteraard de basis van de speciale belangstelling voor deze drie toeren.

Deze toeren vormen het element in het lied dat karakteristiek is voor dat lied, geven personaliteit en karakter aan het lied met haar schoonheid en gevarieerdheid. Met elk van deze toeren kan het maximum van 9 punten behaald worden, in het totale zangschema is dat 27 punten per toer. De siertrillers en diepe fluiten worden gebracht tussen de verschillende andere toeren van het repertoire en ze zijn ontelbaar en veelsoortig.

Voorbeelden:

pi,pi,…. tu,tu,.. tui, tui,… tou, tou,… lou,lou… tuli,tuli… tolu, tolu… chau,chau,.. diau,diau…. piau,piau… liu,liu…. tiu,tiu… didlioo,didlioo, … didel,didel… duti,duti,… tschui, tschui,.. csilip,csilip,…. Et cetera

Nog niet zolang geleden is in Timbrado-wereld een tendens ontstaan, die gelukkig niet zoveel bijval heeft gekregen, als ware er twee zangstijlen, of zangrichtingen binnen de zang van de Timbrado. De Timbrado Floreado, de Timbrado met siertoeren en de Timbrado Clasico, de klassieke Timbrado. Hier moeten we ons van distantiëren, en dat heeft het Nationale College van Keurmeesters van de FOCDE ook gedaan. Men zegt dat de Timbrado Floreado de vogel is die zich gespecialiseerd heeft in de siertoeren, dat het de vogel is die de siertoeren brengt en dat andere toeren van ondergeschikt belang zijn. Echter, we moeten niet vergeten dat de siertoeren in het Zangschema genoemd zijn als superieure toeren, met het maximale aantal punten van 9 (in totaal dus 27) per toer. Het spreekt daarom vanzelf dat elke Timbrado, van welke zangrichting dan ook, of de vogel nu een droge klank heeft (metaal of hol) of waterklanken heeft, zich ontwikkeld in de drie siertoeren. Het is dus te concluderen dat alle Timbrado’s deze toeren dienen te ontwikkelen en dat de vogel die de meeste of de mooiste siertrillers, diepe fluiten en samengestelde toeren brengt, hoog in de punten zal eindigen. Mits deze toeren uiteraard op de juiste wijze zuiver en helder gebracht worden en voldoen aan het kenmerk dat ze schoonheid aan het lied geven.

Maar het moet duidelijk zijn dat zowel de Floreos – de siertrillers - in het halfonderbroken ritme, evenals de Floreos Lentos – de diepe fluiten- in het onderbroken ritme, deel uitmaken van het gehele zangschema. Daarom is het voor ons onacceptabel om een Timbrado Floreado (een timbrado gespecialiseerd in de siertoeren) te accepteren als een zangrichting.

Het is voorgekomen dat tijdens een concours voorgesteld is om dit verschil tussen de Timbrado Floreado en de Klassieke timbrado te benadrukken en tot uiting te laten komen in de wijze van beoordeling. Het is logisch dat de keurmeesters dit niet erkend hebben, zij beschikken immers over de goede criteria en autoriteit. Het nationaal college van Keurmeesters van de FOCDE heeft direct richtlijnen gegeven om dit soort misvattingen in de toekomst te voorkomen.

Als we het hebben over de zogenaamde Klassieke Timbrado, dan hebben we het over een abstracte definitie die niet gebaseerd is op technische karakteristieken en die geen enkele uitspraak doet over de wijze waarop de Timbrado zou zingen. Er zijn kwekers die niet inzien dat de Timbrado geëvolueerd is en dat door die jaren van selectie de huidige vogel is ontstaan die in staat is om meer, andere en betere toeren te brengen dan in het verleden. Het zijn deze kwekers die met de Klassieke Timbrado refereren aan een vogel die vandaag de dag bijna niet meer voorkomt in Spanje. Zij hebben het dan over de vogel met een sterk overheersende metaal klank, met rollende variaties op e, o en u die te hoog zijn van toon en te hard gebracht worden (vaak te scherp en te krassend), met castagnetten die soms lijken na te dreunen, en met Floreos Lentos (diepe fluiten) die enkel bestaan uit CHAUS en PIAUS, te hoog van toon en te scherp, vogels die nimmer de zachte klanken van water bezitten. Zij vergeten dan of ze beseffen niet dat in de eerste beschrijvingen van de Timbrado, de historische kanaries van Vich, de watertoeren al genoemd worden.

Al sedert jaren en zo ook vandaag de dag, verwerpen vele liefhebbers van de Timbrado de PIAU en CHAU, en willen ze deze klanken niet horen in het repertoire van de Timbrado. Kwekers zijn er door zorgvuldige selectie in geslaagd om deze toeren uit het lied weg te laten en te vervangen door andere Floreos Lentos (diepe fluiten). Het is een kwestie van smaak, waarover niet valt te twisten. Van de CHAUS en PIAUS is het vanzelfsprekend dat de te harde klanken en te scherpe klanken uit het repertoire verwijderd moeten worden, omdat ze de melodie van het lied niet ten goede komen en pijn doen aan ons gehoor. Echter, de CHAUS en PIAUS moeten behouden blijven, als ze in zachte klank gebracht worden, gefloten, zoet, met goede uitspraak en niet vaker dan 2 of 3 maal gerepeteerd in een toer. In zo’n vorm komen deze toeren het lied absoluut ten goede. Maar als ze vaker gerepeteerd worden, dan doet de toer afbreuk aan het geheel.

Het is vandaag de dag niet langer geaccepteerd als zou een goede Timbrado, om voor raszuiver door te gaan of van goede komaf te zijn, erg luid moeten zingen, met zijn snavel wijd open en als zou hij perse CHAU en PIAU moeten brengen, ondanks dat de klanken van het lied ons plagen met scherpe tonen.

De praktijk laat zien dat tegenwoordig op verschillende plaatsen in Spanje Timbrado’s gekweekt worden met een mooie en gevarieerde zang, waarbij de ongewenste vormen van siertrillers en diepe fluiten niet langer voorkomen in het lied.

Vaak heb ik genoten van de Timbrado’s die ik mocht beoordelen, die prachtige en gevarieerde Siertoeren zongen, in verschillende klinkers en met verschillende combinaties van klinkers en medeklinkers, terwijl ook de andere toeren van het zangschema voorgedragen werden. En ook die andere toeren waren van hoogwaardige kwaliteit en vormden een samenspel in harmonie en variatie, voorgedragen in aangename melodieuze tonen en zonder harde klanken, scherpe en krassende geluiden die, zoals al eerder betoogd, afbreuk doen aan de muzikaliteit van het lied.

 

Cursus "Zang van de Spaanse Timbrado" – deel 9

Siertoeren

Technisch gesproken volgen alle siertoeren een zelfde concept, echter met één belangrijk verschil: en dat is het ritme van de toer. Het ritme kan langzaam en onderbroken zijn, zoals wanneer de laatste lettergreep uitgerekt wordt. Of het ritme kan snel en halfonderbroken zijn. De naamgeving van de toeren spreekt in het Spaans al voor zich: "Floreos" en "Floreos lentos" ( – letterlijk vertaald "versieringen" en "langzame versieringen"). De siertoeren vormen de basistoeren van een excellent lied.

Notabene: In het Nederlandse zangschema van de Spaanse Timbrado worden ‘Floreos’ vertaald met ‘Siertrillers’ en ‘Floreos Lentos’ met ‘Diepe Fluiten’. Bij het vertalen van namen van toeren botsen we mijns inziens met een groot nadeel van vertalen. Het is nu eenmaal zo dat elk woord emoties en associaties in zich draagt. Zo stellen wij ons bij het woord ‘Siertrillers’ bewust of onbewust al een bepaalde toer voor, evenals bij ‘Diepe Fluit’. Een vertaling van een naam van een toer zal daardoor per definitie verwarring geven; het zet ons op een verkeerd been. In deze tekst heb ik er bewust voor gekozen om tevens te spreken over "versieringen" en "langzame versieringen", wat naar mijn idee een betere vertaling is van de originele benaming voor de toer. Misschien zou het goed zijn om de benaming van toeren helemaal niet te vertalen. Zo is er bijvoorbeeld in Amerika voor gekozen om in het daar gebruikte zangschema van de Timbrado de originele Spaanse benaming voor de toeren te gebruiken, met ter verduidelijking een omschrijving van de klank.

 

Bij deze toeren is de onderbreking tussen de zich afwisselende lettergrepen duidelijk te horen, de lettergrepen worden sterk aangezet en zijn in dit onderbroken of halfonderbroken ritme goed van elkaar te onderscheiden. De siertoeren vormen de toeren die de klanken van de Nachtegaal evenaren en soms zelfs overtreffen in schoonheid. Het zijn de prachtige muzikale Floreos (versieringen, ned.: Siertrillers) die de Timbrado door zijn lied weet te vlechten en op de juiste plaatsen neerzet. En het zijn de Floreos Lentos (langzame versieringen, ned.: Diepe Fluiten) waarin we kwaliteit en perfectie zoeken, dat wil zeggen die klanken die lang en zuiver aangehouden worden, waarbij het lijkt alsof de vogel zich ontspant, de lettergrepen perfect naast elkaar zettend, zuiver, zoet en lang aangehouden.

De siertoeren zijn meervoudige toeren op basis van fonetische structuur en grammaticale opbouw: het hele alfabet kan in deze toeren voorkomen. De siertoeren zijn die toeren waarbij alle kwekers perfectie ervan in het lied van de Timbrado zouden moeten nastreven. Het zijn de toeren die zowel de leek als de keurmeester ontroeren.

Floreos Lentos

Ontelbaar zijn de Floreos Lentos (de diepe fluiten) die de Timbrado’s kunnen brengen, maar enkele voorbeelden geven we:

Tu-ii-Tu’líiiii-Tu-líii-Kí-óo-Ki-óoo-Wo-úu-Wo-úuuu-To-u-Toúuuu

To-lúu-Toluúuuu-Blu-óoo-Doúu-Doúuuu-Tiee-Tieeee-Chia-úu-Chia-úuu

Pia-úu-Pia-úuu Tuliii-Cha-úu-Chaúuu-Blióoo-Blióoooo

Deze langzame siertoeren (Diepe Fluiten) kunnen gebracht worden in metaal, hol of in waterklanken, corresponderend met de zanglijn waarin de vogels gekweekt zijn. De meeste waarde kennen we toe aan de toeren waarbij de klinker of de klinkers aan het einde worden aangehouden en vervolgens vloeiend overgaan in een andere klinker.

Bij beide siertoeren, zowel bij de Floreos (Versieringen - Siertrillers) als bij de Floreos lentos (Langzame versieringen - Diepe Fluiten), beweegt de vogel de snavel open en dicht.

Stukje geschiedenis – CHAU en PIAU

Binnen het geheel van de "langzame versieringen" - de diepe fluiten - is er al sedert jaren een discussie gaande omtrent de tonen CHAU en PIAU. Eigenlijk al vanaf dat D. Juan Bautista Xamarro in zijn in 1604 gepubliceerde werk "Conocimiento de las diez aves menores de jaula, su canto, enfermedad, cura y cria" , zijn mening gaf over de zang van de kanarie.

Hij stelt in het hoofdstuk dat aan de kanarie gewijd is, genaamd "Over de natuur en eigenschappen van de kanarie": veel klanken zijn gelijk de Nachtegaal en veel gelijkend op de Kneu en als de kanarie niet twee fouten had, namelijk in de eerste plaats dat hij "sjirpt" en in de tweede plaats dat hij Chau-Chau schreeuwt, en als zijn fluiten net zo vol zouden klinken als die van de Kneu, dan was de kanarie zeker zo goed als de Kneu…."

Zo zien we dat al D. Juan Bautista Xamarro de "Chau" als een lelijke klank beschouwde. Later gaat hij door met het vergelijk van de Kanarie met de Kneu en de Nachtegaal. Hij stelt dat het lied van de kanarie uit lange tonen moet bestaan en dat het lied zonder pauzes gezongen moet worden in afwisselende toonhoogten. Tevens schrijft hij dat als de Kanarie in staat zou zijn om een zelfde toonhoogte te bereiken als de Nachtegaal, de Kanarie als kooivogel in populariteit zou winnen, omdat de Kanarie immers het hele jaar zingt, terwijl de Nachtegaal hooguit drie maanden per jaar zingt.

In les 8 is het al genoemd: men is het er niet over eens of de CHAU en PIAU of CHIAU nu positief bijdragen aan het lied of niet. Tegenwoordig worden Timbrado’s gekweekt waarbij de tonen PIAU en CHAU niet meer voorkomen in het lied. Het lijkt erop dat vandaag de dag zelfs meer Timbrado’s gekweekt worden die geen PIAU of CHAU in hun repertoire hebben, dan Timbrado’s die deze klank wel ten gehore brengen, waarbij de PIAU of CHAU uiteraard vervangen is door andere langzame siertoeren. Een vergaande perfectie wordt daarbij nagestreefd, uitgaande van één van de zangrichtingen metaal, hol of water kweekt men doelgericht op die langzame tonen die zuiver en zoet gebracht worden. Maar let wel, de tonen van de Timbrado, zowel gezongen in metaal, hol of water, zullen zich altijd in helderheid van andere zangkanarierassen moeten blijven onderscheiden (in vergelijk met de Waterslager en de Harzer).

De kwekers die nog wel de tonen PIAU en CHAU in hun Timbradozang willen handhaven, selecteren die vogels die de toon in pure vorm brengen, in een onderbroken ritme, fluitend en zacht. In deze vorm kan het één van de mooiste langzame siertoeren zijn die een Timbrado kan zingen. Majestueus voorgedragen en net als bij de Floreos (de siertrillers), niet vaker dan drie keer achter elkaar klinkend. Zoals in les 8 ook al genoemd, als dit effect eenmaal bereikt zou worden dan zal de discussie omtrent PIAU en CHIAU verstommen en zal de slechte reputatie van deze toer verdwijnen. Diegenen die dus vogels in hun kweek gebruiken die deze toer hebben dienen de vogels niet radicaal te verwijderen: de uitdaging is om goed te selecteren en te kweken met de vogels die de toer in de juiste vorm brengen. Vanzelfsprekend dienen die vogels uit de kweek geëlimineerd te worden die scherpe klanken voortbrengen of klanken die irritant in het gehoor klinken.

Het resultaat van het elimineren van CHAU en PIAU kan zijn dat de vogel een kleiner repertoire ontwikkelt. Dat is echter zeker niet de bedoeling, daarom is het erg belangrijk om bij selectie voor de kweek te letten op de ontwikkeling van de overige langzame siertoeren. In de laatste jaren dat ik als keurmeester actief ben geweest, kan ik zeggen dat 70 tot 80% van de Timbrado’s die ik gekeurd heb geen CHAU of PIAU brengen, getuige van het feit dat de kwekers de juiste selecties hebben gemaakt om het beoogde doel te bereiken.

Ter illustratie volgt hier de mening van D. Alejandro Garrido (Keurmeester uit Madrid van de ACE ), zoals gepubliceerd in het jaar 1960, in het tijdschrift Pajaros - no 12:

"Een grote meerderheid heeft geen waardering voor de toer CHAU CHAU, zij zouden het prefereren als deze toer niet voorkomt onder hun kanaries, omdat ze het als een lelijke toer beschouwen die afbreuk doet aan het lied. Het enige echter dat we moeten eisen is, dat deze toer met een zachte klank, langzaam en niet te lang achter elkaar gebracht moet worden. Elke CHAU CHAU die meer dan vijf maal achter elkaar klinkt, moet gesanctioneerd worden. Hetzelfde geldt overigens voor de PIAU PIAU. Langzame toeren (Floreos Lentos/ Diepe Fluiten), hoofdtoer van de Timbrado. De kanarie waarbij de syrinx een groot spectrum van langzame siertoeren en siertrillers beheerst, is de toekomstige kampioen. Het is hier waar de overeenkomst met de Nachtegaal te voorschijn komt. Om deze groep toeren zo goed mogelijk ten gehore te brengen, moet de Timbrado een sonore klank hebben, zuiver van toon, aangenaam en makkelijk in het gehoor liggend. In de opbouw van deze toeren kunnen een medeklinker en twee klinkers voorkomen: Tui, Tuí, of ook twee medeklinkers en twee klinkers: Clu-i Clu-i. Natuurlijk moeten we altijd die toeren prefereren waarin de medeklinkers en klinkers met zachtheid gebracht worden, boven de toeren waarin de "R" overheersend aanwezig is. Immers de praktijk heeft ons geleerd dat in het laatste geval de toer hard en lelijk klinkt, wat ook van toepassing is op de Kloeken. De langzame tonen worden over het algemeen gebracht aan het begin of aan het einde van een lied, en we moeten ze beluisteren als een korte passage die de vloeiende overgang vormt van de ene toer naar de andere toer. Echter, de vogel mag de langzame toeren ook weer niet te lang aanhouden, want het zijn al tonen die langzamer klinken dan welke toer in het lied dan ook. Met deze langzame tonen is de ware Timbrado of de Canario del Pais te identificeren, want er is geen enkele andere vogel die een geschikte syrins heeft waarmee de langzame tonen zo zuiver en helder gezongen kunnen worden (behalve als misschien de Nachtegaal). Wat werkelijk jammer is, is dat de Timbrado’s geen gevarieerd repertoire van langzame tonen beheersen. Bijna alle vogels beheersen één, twee of hooguit drie variaties van de langzame tonen. De kwekers moeten het als een uitdaging zien om meer variëteit binnen de toeren te brengen. Kunnen we ons voorstellen, een Timbrado met zes, zeven of acht verschillende langzame tonen? Het is zeer goed voorstelbaar, dat dit ras dan nog veel populairder zou worden dan het nu al is. Er bestaan nog steeds mensen die de zang van de Timbrado niet aangenaam vinden klinken en ik ben ervan overtuigd dat het lied aangenamer klinkt indien meer langzame tonen door het lied gevlochten worden. Het moge duidelijk zijn: een Timbrado is niet perfect, niet eens goed te noemen, als in zijn repertoire geen langzame tonen voorkomen. Dit moet een ieder in z’n geheugen griffen. Op elk concours heeft de Timbrado een pré als hij over de langzame tonen beschikt. We moeten ons bekommeren om de langzame tonen en om de kloeken, dan zal dit zangras triomferen."

Toen het zangschema van de Spaanse Timbrado gepresenteerd werd aan de Confederacion Ornitologica Mundial (COM), samen met het reglement hoe deze zangkanarie te beoordelen, bespraken de Spaanse keurmeesters van tevoren dat de scherpe klanken CHAU en PIAU ongewenst waren, klanken die ook internationaal beschouwd werden als ruwe klanken van een primitieve vogel die niet gecultiveerd is, in andere landen ook "CHOPPER" genoemd. Daarom werden deze klanken al direct bij de presentatie van het zangschema ondergebracht bij de "langzame versieringen" de Floreos Lentos, zo met de benaming het karakter van de klank aanduidend. Die keuze van toen heeft het gewenste effect gehad, na zovele jaren van selectie, kweek en evolutie van de Timbrado, bemerken we nu dat de Timbrado een aangename zang heeft ontwikkeld, meer melodieus en meer muzikaal, binnen de karakteristieken van het ras. Het zou uiteraard een stap terug in de ontwikkeling van de Timbrado zijn om te kweken met vogels die de PIAU en CHAU ten gehore brengen in een scherpe, schreeuwende en ruwe vorm. Deze redenering moet op de concoursen zijn weerspiegeling vinden in de wijze waarop de vogels beoordeeld worden.

Ter illustratie een gelegenheid waarin ik de eer had als keurmeester op te mogen treden met twee meesters, Alejandro Garrido en Esteban Crespo, het was bij de vogelvereniging "La Concordia". We keurden alledrie dezelfde vogels gelijktijdig en aan het eind van de beoordeling namen we het gemiddelde uit de drie beoordelingen, zoals dat theoretische eigenlijk bij alle concoursen hoort te gebeuren, maar helaas om allerlei praktische redenen meestal niet haalbaar is. Uiterst rechts zat Crespo, Garrido in het midden en ik aan de linkerkant. Het concours verliep normaal, zonder dat de beoordeling van de vogels ons voor verassingen of problemen stelde, niets speciaals in een repertoire van goede kwaliteit. Totdat een stam voor ons neer gezet werd, die onvermoeibaar doorzong en een grote indruk op ons maakte door zijn formidabele zang. Deze stijl had ik nog nooit gehoord. De Siertoeren waren in overvloed aanwezig, zowel de halfonderbroken toeren als de langzame toeren, erg goed en erg gevarieerd. Bijzonder heldere Kloeken, Samengestelde toeren en Watertoeren, alles met een enorm gemak gezongen. Ik herinner me nog goed het enthousiasme van Garrido, die met luide stem zei:"Dit is de ware zang die we moeten nastreven in de Timbrado", waarna meer woorden van gelijke strekking volgden. Deze magnifieke vogels werden op het concours gepresenteerd door een goede vriend van me, die tegenwoordig Keurmeester FOCDE is, Angel Reca Comillas.

 

Cursus "Zang van de Spaanse Timbrado" – deel 10

Kloeken (Cloques)

Volgens het woordenboek van de Koninklijke Academie van de Taal worden "Cloques" (Kloeken) gedefinieerd als "het geluid CLO-CLO, dat door een kip wordt voortgebracht"; in een ander woordenboek staat " het kakelen van een kloekende hen" oftewel het geluid dat door een hen wordt voortgebracht als zij haar kuikens roept. Als we het over de zang van de Timbrado hebben beperken we ons niet enkel tot deze holle typische klank, omdat de Timbrado meer holle klanken voortbrengt die qua structuur voldoen aan het concept "Cloques" [In het Nederlands vertaald met "Kloeken in alle vormen"] Deze klank is ook bij allerlei andere vogels te horen. Maar de klank is uniek in zijn grammaticale samenstelling, al zijn er verschillende vormen waarin de Kloek ten gehore wordt gebracht. De Kloeken kunnen ook deel uitmaken van de samengestelde toeren, als meervoudige toer in velerlei vormen. Aan het ritme waarin de klank gebracht wordt zijn echter wel beperkingen gesteld. De klinkers en medeklinkers waaruit de toer kan bestaan zijn de volgende: medeklinkers "b", "c", "g", "k", "l", "t" en klinkers "o", "u", "i". De beste klanken zijn die waarbij de medeklinkers zacht zijn en de klinkers hol klinken en welluidend. De klinkers die het mooist in de holle vorm gebracht kunnen worden zijn de "o" en de "oe" en de combinatie van "oe-o" en "oe-u"

Voorbeelden: Klo-Klo, Klow-Klow, Kok-Kok, Gloe_ok-Gloe_ok, Ko-Ko, Kow-Kow, Klok-Klok, Kloek-Kloek, Blok-Blok, Tok-Tok, Glok-Glok, Gloek-Gloek, Tjok-Tjok, Tjoek-Tjoek, Bloek-Bloek……

In de voordracht kunnen variaties elkaar opvolgen, al is dit niet gebruikelijk. Inherent aan de variatie is het wisselen van medeklinkers en klinkers en een andere beklemtoning, wat bijna niet te doen is zonder dat de vogel op een andere toer overgaat.

De frequentie van de Kloeken hangt af van de letters of lettergrepen waaruit de toer is samengesteld, maar moet niet meer dan 2 of 3 elkaar opvolgende kloeken bevatten. Een langer aangehouden kloek is van hogere waarde, als de klinker wat uitgerekt wordt en met lage frequentie voorgedragen wordt. Het ritme van de beste kloeken is onderbroken, waarbij de ene lettergreep goed van de andere te onderscheiden is, en de medeklinker aan het eind duidelijk hoorbaar te voorschijn komt. Ook kunnen de Kloeken in een hoger tempo voorgedragen worden, waarbij er minder nadruk op de laatste medeklinker ligt in een halfonderbroken ritme. De kloeken worden dan aaneen geschakeld in een keten van elkaar opvolgende kloeken. Deze laatste manier van kloeken komt relatief vaker voor maar is van mindere waarde.

Bij de Kloeken, zoals ook bij de andere toeren, moeten we onderscheid maken tussen de droge zangrichting (hol en metaal) en de water- zangrichting. Bij de droge zangrichting zijn de beste Kloeken de uitgesproken holle klanken. Een holle klank ligt bij de Kloeken aangenamer in het gehoor dan een metalen klank. Als de Timbrado uit de water-zangrichting komt, dan gonst de Kloek na waarbij het water te herkennen is. Als echter in deze waterrichting de klinker "i" benadrukt wordt in de Kloek, dan wordt de toer in de meeste gevallen niet langer als een Kloek maar als Agua Lenta ("Klokkende waterslag") beoordeeld. Over deze Klokkende Waterslag komen we later nog te spreken.

De Kloeken vormen mooie toeren in het lied van de Timbrado. Dit geldt zowel voor de kloeken in de droge zangrichtingen als in de water- zangrichtingen. De kloeken kunnen prachtige combinaties geven met de langzame siertoeren (Diepe Fluiten), zowel wanneer ze halfonderbroken als onderbroken voorgedragen worden, in enkelvoudige of samengestelde toeren. Het moment waarbij de Timbrado een rustpunt lijkt te vinden en zich ontspant, tegelijkertijd een heel gevarieerd lied zingend, toont ons waar het karakter van de Timbrado uitgesproken naar voren komt.

We moeten bij de kweek er wel voor waken dat we het kloeken van de vogels niet te veel stimuleren, omdat de Kloeken afbreuk kunnen doen aan de wijze waarop de snelle siertoeren (siertrillers) gebracht worden. Teveel neiging tot kloeken veroorzaakt dat er teveel medeklinkers in de siertoeren terechtkomen, die de juiste uitspraak van de siertoeren niet ten goede komen.

De Kloeken worden door de Timbrado gevormd met de snavel en de tong. Deze toer kunnen we vergelijken met het "Gluken" bij de Harzer-Roller, wat in het Duits ook een zelfde betekenis heeft. De toer wordt het makkelijkst gezongen door vogels die in staat zijn om in hun zang vlot van de ene toon naar de andere toon over te stappen.

 

Cursus "Zang van de Spaanse Timbrado" – deel 11

CASTANUELA (CASTAGNETTEN)

Als deze toer goed gebracht wordt door de kanarie, ontstaat er een mooi geluid dat direct doet denken aan het Spaanse instrument "de CASTAGNETTEN", gemaakt van droog hout met een doordringende en holle klank. We kunnen de CASTAGNETTEN beschouwen als een speciaal soort kloek, maar dan gebaseerd op de medeklinkers "C", "K", "L" en "G", gecombineerd met de klinker "A". Ook in intensiteit en toonhoogte is deze toer vergelijkbaar met de kloeken.

Het is een enkelvoudige toer: CLAK-CLAK, GLAK-GLAK, CLAC-CLAC, GLAC-GLAC, KLAK-KLAK.

Het geluid van de medeklinker "K" is karakteristiek voor deze toer, omdat deze te horen is aan het begin en aan het einde van de toer, in combinatie met de andere letters "L" en "A". Soms wordt het geluid vermengd met de letter "N", waardoor de uitspraak "KLANK-KLANK" ontstaat. De toer is dan van een mindere waarde. Als bij deze toer met een "N" eindigt, dan wordt de toer hard en slecht. We moeten steeds beseffen dat naarmate er meer medeklinkers in een toer of in het lied van de Timbrado voorkomen, de zang aan waarde inboet. Het resultaat is dan een zang waarmee minder punten behaald worden, omdat de medeklinkers in het algemeen storende en stroeve geluiden in het lied introduceren.

Het ritme van de voordracht kan onderbroken (discontinue) of half onderbroken (semi-discontinue) zijn. Dit is afhankelijk van de snelheid, het ritme, waarmee de toer gebracht wordt. Daarbij is de langzame CASTAGNETTEN van een grotere waarde dan de snellere vorm, zeker als de CASTAGNETTEN diep van klank is, aangenaam in het gehoor ligt en niet vaker dan met 2 of 3 opeenvolgende slagen gebracht wordt. Als voorbeeld dient ons hierbij de Nachtegaal die haar magnifieke CASTAGNETTEN zacht en zoet brengt. In een dergelijke vorm is deze toer het meest waard.

In het kort moeten we ons bij de kweek richten op het cultiveren van CASTAGNETTEN die in principe onderbroken gebracht wordt, hol, helder en enkele keren achter elkaar klinkt. De toer moet duidelijk overeenkomen met het geluid van het welbekende percussie instrument met overeenkomstige naam. Het is een eenvoudig geluid met weinig harmonie. Het is niet de bedoeling dat de CASTAGNETTEN vervormd is of als een mengvorm klinkt, zoals bijvoorbeeld gebeurt als de medeklinkers "CL", "GL" en "KL" ingewisseld worden voor "Ch" (Chas, Chac) waarbij, als de toer met volume gezongen wordt, een harde slag ontstaat die onaangenaam in het gehoor ligt.

In het algemeen heeft de ervaring van vele jaren ons geleerd, dat we de vogels uit de kweek moeten elimineren die een harde "CH" klank in hun repertoire hebben met de klanken CHAU, CHOU, CHI, etc. Zoals we ook in het voorgaande hoofdstuk al genoemd hebben komt de aanwezigheid van deze combinatie van medeklinkers het lied niet ten goede en doet zelfs afbreuk aan een goed lied als deze klanken met kracht en volume gebracht worden. Vaak ontstaan dan die scherpe tonen, waaraan de keurmeesters als negatieve toeren strafpunten moeten toekennen en dat willen we immers voorkomen.

De CASTAGNETTEN, alhoewel aanwezig bij de meerderheid van de kanaries, horen we niet vaak in de juiste vorm, dat wil zeggen: zacht en aangenaam in het gehoor liggend, als een streling van ons gehoor. Het moet een doel van alle liefhebbers van Timbrado’s zijn om te bewerkstellingen dat zijn vogel de CASTAGNETTEN in de meest perfecte vorm brengt, om daarmee terug te keren naar de basis van vroeger tijden toen de "Canario del Pais" deze toer bracht op een zeer schone wijze die werkelijk aan de Nachtegaal deed denken.

De CASTAGNETTEN kan excellente combinaties vormen met de Kloeken, wanneer de kanarie de klinker "A" afwisselt met de "O" . Excellente combinaties ontstaan ook met de Siertoeren zowel in de snelle vorm (Floreos: versieringen – Siertrillers) als in de langzame vorm (Floreos Lentos: langzame versieringen – Diepe fluiten). De basistoon van de klank kan water bevatten, als het een vogel is met veel water in het lied, maar de klank is hol, als de vogel afkomstig is van de droge zangrichting.

Het maximale aantal punten voor de CASTAGNETTEN is 3 punten (vermenigvuldigd met 3 op de keurlijst)

CASCABEL (KLEINE KLOK)

Deze toer heeft zijn naam gekregen overeenkomstig met de letterlijke betekenis van het woord CASCABEL (uit het Spaans vertaald: belletje, belgerinkel), een geluid dat overeenkomt met een tafel klokje of een klein belletje. De grammaticale samenstelling geeft aan dat het hier gaat om een enkelvoudige toer. De beste vorm van de toer is als de medeklinkers "L" en "N" gecombineerd met de klinker "I" voorkomen, waardoor een vrolijk en metaalachtig geluid ontstaat: "LIN-LIN-LIN". De vogels die de beste CASCABEL brengen, helder en in pure vorm, zijn de vogels uit de droge zangrichting die sterk zijn in de metaalklanken. Zij zijn het best in staat om de letter "N" aan het eind te plaatsen, duidelijk hoorbaar, waardoor een rijke klank ontstaat, helder metaal en schoon. In deze toer is aan de "I" een hoofdrol toebedeeld en de schoonheid van de klank wordt in hoge mate bepaald door de zachtheid waarmee de "L" wordt uitgesproken.

Zoals gezegd wordt deze fraaie toer beter gebracht door de kanaries die veel metaal in hun zang hebben. Tegenwoordig horen we helaas nog maar zelden de vogels die de lettergreep "LIN" volledig uitspreken, doordat ze de "N" aan het eind van de toer verloren hebben en de toer uitspreken als "LI". We horen dan "LI-LI-LI", wat evenwel ook een CASCABEL is, maar met minder punten beloond zal worden, al zal de toer wel als voldoende beoordeeld worden. Het is de consequentie van de evolutie van de zang, waarbij op andere zangrichtingen doorgefokt is dan op de pure droge zang met sterke metaalklanken.

De CASCABEL kan zich manifesteren als een vlakke toer (wat het meest voorkomt), stijgend, dalend of golvend (wat uitzonderlijk is), waarbij de laatste vorm het hoogst bewaardigd wordt. Het is belangrijk dat altijd duidelijk de "L" hoorbaar is aan het begin en dat het ritme van de toer halfonderbroken is (semi-discontinue). Als de toer te snel gebracht wordt, dan verandert de "L" al snel in een "R" en als het ritme daarbij zelfs ononderbroken is, dan hebben we een andere toer: de TIMBRE (Metaalrol). Daarom is het belangrijk bij de CASCABEL duidelijk de lettergrepen te onderscheiden. De TIMBRE is een ononderbroken (continue) toer waarbij altijd de "R" te horen is. De snelle vorm van "LI-LI-LI" mondt in de praktijk soms uit in meer punten bij de TIMBRE. Een groot percentage kanaries ontvangt echter geen punten voor de CASCABEL terwijl ze hem in werkelijkheid wel hebben. Jammer genoeg ontvangt deze mening geen technisch onderbouwde bijval en is dan ook niet toegevoegd aan het reglement.

Er bestaan overeenkomsten van de CASCABEL met een toer van de Harzer (Klingel) en met een toer van de Waterslager (Bellen). In de tekst over de Waterslager van Mariella di Mauro en Gustoaf Lelievre staat:

"Bellen = Klokje. Een klokje heeft een typische karakteristiek. Het typische is gelegen in het feit dat de lettergrepen gerepeteerd worden met daartussen een kleine leegte of afstand tussen de ene en de andere lettergreep, waarbij de "L" de afzet aangeeft. Het is dus vanzelfsprekend dat het hier geen roltoer betreft en dat de toer bestaat uit te onderscheiden lettergrepen:"LI-LI-LI; LING-LING-LING; LUNG-LUNG-LUNG; LU-LU-LU…De klank heeft een metaal resonans en doet enigszins denken aan de Klokrol."

Fratantoni stelt in zijn tekst over de Harzer Roller:

"Klingel = Klokje. Een halfonderbroken toer. Het geluid kunnen we ons voorstellen door het te vergelijken met een zilveren klokje of een geitebel, waarbij duidelijk de lettergrepen "LI-LI-LI", "DI-DI-DI" te horen zijn. De medeklinkers "L" en "D" zijn beiden geaccepteerd, al komt de "L" vaker voor. "

Het maximum aan punten te behalen voor de CASCABEL (KLEINE KLOK) is 3 (vermenigvuldigd met drie op de keurlijst).

Cursus "Zang van de Spaanse Timbrado" – deel 12

CAMPANA (GROTE KLOK)

Op basis van de grammaticale opbouw is dit een enkelvoudige toer. Wel toegestaan zijn enkele variaties. De naam van de toer is ontleend aan de klank van een klok: de klank kan echter in toonhoogte verschillen. De klank is te vergelijken met het luiden van kerkklokken als de gelovigen naar de mis geroepen worden. De grammaticale en fonetische structuur, het discontinue ritme (onderbroken), klanken die elkaar snel opvolgen of langzaam worden gebracht, de muzikale schoonheid, etc., veel karakteristieken zijn vergelijkbaar met de karakteristieken van de FLOREOS LENTOS (Diepe Fluiten). In een ver verleden werd de CAMPANA (Grote Klok) dan ook in die categorie ondergebracht. Tegenwoordig echter wordt deze toer duidelijk onderscheiden, als een herkenbare toer die wijd verspreid is onder de Timbrado’s, waardoor deze toer het verdient om als unieke toer beschouwd te worden. In de beste vorm van deze toer horen we 2 of 3 slagen, met een duidelijke afstand tussen de lettergrepen van de toer, een klank met een nagalm, een metalen klank of een holle klank, mede afhankelijk van de zangrichting. De kanaries uit de droge zangrichting, hetzij metaal of hol, zijn het best in staat om een mooie CAMPANA (Grote Klok) te brengen.

De toer is opgebouwd uit de volgende medeklinkers: "B", "C", "D", "L", "M", "N", "P", "T", "NG", "NK", en behoort altijd te eindigen op "N", "NK" of "NG", karakteristiek voor het geluid van een klok. De klinkers zijn "A", "I", "O", "U", "OU", "UI".

Voorbeelden: Ting-Ting, Tan-Tan, Tam-Tam, Di-long-Di-long, Ti-long-Ti-long, Tang-Tang, Tlan-Tlan, Tlonk-Tlonk, Tonk-Tonk, Plan-Plan, Tong-Tong, Clon-Clon, Lon-Lon, Blong-Blong, Din-Din, Dong-Dong, Ting-Tong, Tuin-Tuin, Tung-Tung, Toung-Toung, Plon-Plon.

De toer is van de grootste schoonheid als de kanarie in staat is verschillende combinaties van de CAMPANA (Grote Klok) te brengen, verscheidene vormen uit de bovengenoemde voorbeelden. De Timbrado's zijn in staat deze toer in vele verschillende vormen te brengen, uit de vele hierboven genoemde voorbeelden. Maar de toer die de meeste punten waard is, is de vorm die het meest lijkt op een Klok, dat wil zeggen als de klinkers "A" en "O" gebruikt worden, omdat deze de mooiste metaalklank en holle klank vormen, en als de lettergreep sluit met "N", "NG" of "NK".

De metalen klank van de CAMPANA (Grote Klok) wordt normaal op hoge toon gebracht, maar een toonwisseling in de toer verhoogt de waarde. In de meeste gevallen echter wordt de toer vlak gebracht, soms stijgend en erg zelden dalend. Het komt daarentegen vaak voor dat de CAMPANA (Grote Klok) fonetisch klinkt als "Ting-Ting-Ting", een vorm die men met een voldoende kan beoordelen (het geluid is dan te vergelijken met een glas van kristal waarmee met een metalen lepeltje tegenaan getikt word). Als we in deze klank geen CAMPANA (Grote Klok) herkennen, moet men de toer klassificeren en bewaardigen als een FLOREO LENTO (Langzame siertoer) of FLOREO (Snelle siertoer), afhankelijk van het ritme waarmee de toer gebracht wordt. Maar omdat er veel kanaries zijn die deze vorm van de toer brengen, is het beter om de toer te bewaardigen als CAMPANA (Grote Klok), want anders zouden veel vogels geen punten op deze toer behalen.

De maximale waarde die aan deze toer wordt toegekend is 3 punten (op de keurlijst maal 3 = 9)

AGUA (Watertoeren)

Agua Lenta (Klokkende waterslag) en Agua Semiligada (Bollende waterslag)

AGUA LENTA (klokkende waterslag) is een toer die langzaam en discontinue hoort te zijn. De watertoeren worden gebracht door de Timbrado’s wiens zangorganen ertoe in staat zijn om deze watertoeren te vormen. De vogels die deze toeren het best brengen zijn van de zangrichting die door " water" gedomineerd wordt. Het betreft samengestelde toeren, door de dubbele of zelfs driedubbele klank die men hoort, waarbij op de achtergrond altijd het water geluid te horen is, oftewel, de kleurklank en diepte die we "water" noemen. AGUA LENTA (Klokkende Waterslag) is goed te vergelijken met een kraan waaruit van zekere hoogte een dikke druppel water valt in een half gevulde emmer. Bij de Timbrado komt deze toer tot nu toe niet overvloedig voor, hoewel de toer in de juiste vorm gebracht erg aangenaam kan zijn door de schoonheid en zo een duidelijke meerwaarde geeft aan het totale lied. Fonetisch doet de toer ons wel denken aan de Klokkende Waterslag van de Waterslager, echter het is duidelijk dat door de structuur van de siringe van de Timbrado, nooit een zelfde perfectie, diepte en waterklank bereikt wordt als bij de Waterslager, waarbij de laatste een siringe bezit die gespecialiseerd is in deze toer.

Hoewel de werkelijke en beste vorm van de watertoeren discontinue is, soms horen we ook de watertoer in een vloeiende vorm. De toer is dan sneller en semi-discontinue, en de waarde is minder. We spreken dan over AGUA SEMILIGADA (Bollende waterslag), met een maximum van 3 punten (vermenigvuldigd op de keurlijst met drie).

De fonetische tekst is gelimiteerd met de medeklinkers "B", "C", "G", "K", "L", "V", "W" en de klinkers "I", "O" en "U".

Voorbeelden: Gloik-Gloik, Kloid-Kloid, Gluik-Gluik, Bloik-Bloik, Bluik-Bluik, Gluic-Gluic, Wluic-Wluic, Liuc-Liuc, Loic-Loic, Bloui-Bloui, Gloui-Gloui, Wloic-Wloic, Bloi-Bloi.

Waar bij alle toeren een goede uitspraak wordt verlangd, wel in het bijzonder bij de AGUA LENTA (Klokkende Waterslag) en bij de andere watertoeren. De medeklinkers moeten duidelijk en puur gebracht worden, want als dat niet het geval is dan wordt de klank smoezelig, waarbij de schoonheid en muzikaliteit vermindert.

De waterklank komt het beste tot zijn recht als de klinker "I" gecombineerd wordt met andere klinkers, waarbij de "I" voor een verlenging of naklank aan het einde van de toer zorgt. Daarnaast ook altijd de medeklinker "L". Bij de voordracht van deze toer kan de Timbrado ook de klinkers "A" of "E" gebruiken, maar de waterklank wordt daarmee duidelijk van mindere kwaliteit, minder duidelijk en wat smoezeliger. De beste vorm van de toer is als de klinkers in een tweeklank of drieklank gebracht worden en als de medeklinkers zacht, duidelijk en diep klinken.

Zoals al eerder gezegd, de AGUA LENTA (Klokkende Waterslag) horen we slechts weinig, dat wil zeggen, of de toer is aanwezig en wordt bewaardigd om de uitbundigheid en het gemak waarmee de toer in het repertoire herhaald wordt, of de toer is gewoon afwezig. Omdat het een klank is die op de juiste wijze gebracht het afwisselende repertoire van de Timbrado verrijkt met schoonheid, maar het tegelijkertijd een heel specifieke toer is, is de toer het best te cultiveren bij de vogels van de zangrichting water, omdat deze vogels in staat zijn om de toer te realiseren.

Het maximale aantal punten met deze toer te behalen is 6 (vermenigvuldigd met drie op de keurlijst).

 

Cursus "Zang van de Spaanse Timbrado" – deel 13

TIMBRES (METAALROL)

De TIMBRE (metaalrol) is een continue toer, d.w.z. een toer die voor ons ononderbroken klinkt. De lettergrepen waaruit deze toer bestaat worden aaneengesloten en snel opeenvolgend gerepeteerd. Ze zijn met elkaar verbonden, waardoor een continue geluid ontstaat. De naam van deze toer is in de Spaanse taal afgeleid van het gelijk klinkende geluid van een rinkelende bel. Denk daarbij aan een rinkelende telefoon, de deurbel of een ouderwetse wekker.

De TIMBRE (metaalrol) is, als we uitgaan van de grammaticale samenstelling, een enkelvoudige toer. De toer wordt altijd gevormd door de lettergreep "RI", bestaande uit de klinker "I" en de medeklinker "R". Beide letters moeten met evenveel volume ten gehore gebracht worden. Als één van de twee letters overheerst, dan verliest de toer aan waarde. De toer klinkt te hard als de "R" overheerst, de toer klinkt te scherp als de "I" overheerst. Het karakter van de toer kan zowel vlak, stijgend, dalend als trapsgewijs zijn. Trapsgewijs wil zeggen: de toer even aanhouden, vervolgens wat hoger (of lager) weer herhalen en weer even aanhouden, etcetera. Als de toer in stijgende vorm te lang wordt aangehouden, is soms door luchtgebrek aan het slot een foutieve klank hoorbaar die als "schurend geluid" bestraft wordt.

Deze eenvoudige toer is zo snel, de lettergrepen volgen elkaar zo snel op, dat ons gehoor alleen een continue geluid registreert, dat klinkt als: "Riririririri….". De toer ligt ons het meest aangenaam in het gehoor als de letter "I" heel licht domineert op de "R". De TIMBRE (Metaalrol) is de toer die de Timbrado het meest eigen is, maar het is belangrijk dat de toer kort klinkt en zeker niet te lang aangehouden wordt. De toer komt ook voor in wildzang en de beide andere zangkanarierassen brengen de toer ook.

De maximale waarde die aan deze toer wordt toegekend is 3 punten (op de keurlijst maal 3 = 9)

In de komende paragraaf bestuderen we de VARIACIONES RODADAS (Rol op e, o of oe). Nu we weten hoe de TIMBRE (metaalrol) klinkt kunnen we op dezelfde wijze ook de VARIACIONES RODADAS (Rol op e, o, of oe) beschouwen. Het karakter van deze toeren is identiek: het betreft continue, ononderbroken toeren. Echter, in opbouw zijn beide toeren verschillend, omdat de voorkomende klinkers niet dezelfde zijn.

VARIACIONES RODADAS (Rol op e, o, of oe)

[notabene: in de originele Spaanse tekst staat ‘u’ geschreven, echter in het Spaans wordt de ‘u’ uitgesproken als ’oe’. Als er sprake is van een "Nederlandse u" wordt deze in Spaans aangeduid als "de Franse ü".]

Bij deze eenvoudige toer, continue en ononderbroken, ligt de frequentie van de lettergrepen iets lager dan bij de TIMBRE (Metaalrol). De toer is duidelijk te onderscheiden van de TIMBRE (Metaalrol) doordat andere klinkers toegepast worden. De lettergrepen zijn gelimiteerd en hebben een holle klank, waarbij de medeklinker "R" of "RR" en de klinkers "E", "EI", "O", "OE", of "OU" voorkomen. Voorbeelden zijn : "Rererererere.." , "reireireireireirei…", "rorororororo…", "roeroeroeroe…", "rourourourou….". In de toer moet een evenwicht gevonden worden tussen de medeklinker en de klinker, want ook hier geldt: als de eerste overheerst klinkt de toer te hard in ons gehoor.

De VARIACIONES RODADAS moet een kort aangehouden toer zijn, van hooguit 3 of 4 seconden, en is van betere kwaliteit naarmate de toer hol en diep van klank is. Het is een toer die de Timbrado vaak toepast als overgang tussen de andere toeren die het lied vormen. Vergeleken met de TIMBRE (Metaalrol) is het ritme in de VARIACIONES RODADAS iets langzamer en de lettergrepen zijn daardoor duidelijker te onderscheiden, waardoor de ronde rollende klank versterkt wordt. Doordat de toer kort moet zijn, is het niet acceptabel als de toer getrapt gebracht wordt of van de ene toon op de andere wordt overgegaan. De vogel zou dan immers de "VARIACIONES" (variaties) gedurende langere tijd aanhouden en de toer wordt dan een Roltoer. Een dergelijke te lang aangehouden rol moet in waardering bestraft worden, zeker als deze tegelijkertijd ook nog eens zacht, hol en diep klinkt en in de "oe" gebracht wordt, omdat de toer dan de rol benadert die eigen is aan een ander ras: de Harzer Roller. De VARIACIONES RODADAS moeten in het lied van de Timbrado aanwezig zijn als een korte, duidelijke, maar niet overheersende toer. De toer wordt meestal vlak gebracht, maar ook kan de toer stijgend zijn. Dalend mag, maar brengt het risico met zich mee dat de vogel eindigt in een schrapend geluid. Als deze toer te sterk op "E" gebracht wordt, dan wordt de klank te nasaal en te gerekt. Daarom is het zeker bij deze vorm op "E" erg belangrijk dat de toer helder en duidelijk gebracht wordt en in een zachte metaalklank: als de "E" en "I" gecombineerd worden dan ontstaat een aangename klank, en verdwijnt de onaangename nasale klank .

De toer wordt maximaal met 6 punten beoordeeld (maal 3 op de beoordelingslijst).

Nu de TIMBRE (Metaalrol) en de VARIACIONES RODADAS (Rol op E, OE of O) geanalyseerd zijn, wordt het tijd voor nog enkele beschouwingen rond deze toeren.

Als we de zang van de andere twee zangkanarierassen bestuderen, de Harzer Roller en de Waterslager, merken we op dat in de zang van beide vogels overeenkomsten met de hierboven omschreven toeren voorkomen. We zouden dan de conclusie kunnen trekken dat de TIMBRE (Metaalrol) en de VARIACIONES RODADAS (Rol op E, OE of O) ook door beide andere zangkanarie rassen gebracht worden, toeren met eenzelfde grammaticale structuur en fonetische omschreven klank. Het ligt allemaal wat genuanceerder, zoals hieronder wordt toegelicht.

Als we de TIMBRE (Metaalrol) riririri…. als ononderbroken toer beschouwen die samengesteld wordt uit de medeklinker "R" en de klinker "I", kunnen we deze bij de Harzer Roller vergelijken met de zogenaamde KLINGELROL. Zo beschouwd zijn de VARIACIONES RODADAS (Rol op E, OE of O) als ononderbroken toer, samengesteld uit de medeklinker "R" en de klinker "E", "O" of "OE" vergelijkbaar met de HOHLROL van de Harzer Roller. Ook bij de Hohlrol geldt dat de klinker "E" een toer geeft van mindere kwaliteit omdat deze over het algemeen meer nasaal klinkt dan de toer op "O" of "OE", waarbij de laatste twee vormen een betere holle klank hebben en zoeter in ons gehoor liggen. Soms ook lijkt de toer vergelijkbaar met de zogenaamde "KNORREN", door zijn ononderbroken ritme, als de medeklinkers "RR", "KN" en klinker "O" of OE" toegepast worden.

Bij de Waterslager vinden we de TIMBRE (Metaalrol) en de VARIACIONES RODADAS (Rol op E, OE of O) terug in de BELROL, omdat naast de klinker "I" ook andere klinkers in de toer mogen voorkomen, zoals de (zgn. Franse) "U", de "O", de "OE" en de "OU" (ririririri…; rururururu…, rorororororo…, roeroeroeroe….. en rourourourou….) en ten alle tijden in combinatie met de medeklinker "R". De VARIACIONES RODADAS zijn bij de Waterslager tevens vergelijkbaar met de KNORR, waarbij de medeklinker "KN" en de klinkers "O", OE", en "OU" kunnen voorkomen (knor-r-r-r; knoer-r-r-r, knour-r-r). Eveneens vergelijkbaar is de FLUITENROL, met een nauwelijks hoorbare "R" en in de gevarieerde vorm (roeroroeroroero)

In bovenstaande heeft u kunnen zien dat de klanken van zowel de TIMBRES (Metaalrol) als de VARIACIONES RODADAS (Rol op E, OE of O) voorkomen bij alle drie de zangkanarierassen, de toer komt op alle drie de keurlijsten voor. Bij de drie zangkanarierassen wordt de toer op verschillende kenmerken beoordeeld, volgens de standaard die bij het ras hoort, op basis van de logische verschillen in toon, uitspraak en expressie die eigen is aan het specifieke ras en afhankelijk van de siringe die in meer of mindere mate geëigend is om de toer voort te brengen. Uit het voorgaande blijkt duidelijk dat we dus niet simpelweg kunnen zeggen dat het kenmerkend is voor een Spaanse Timbrado dat deze de TIMBRE (Metaalrol) en de VARIACIONES RODADAS kan brengen, immers deze karakteristiek ook voor komt bij de Harzer Roller en de Waterslager. Maar niemand zou deze laatste twee rassen een Duitse Timbrado en een Belgische Timbrado willen noemen op grond van deze technische basis. Het CNJ/FOCDE (Nationaal college van Keurmeesters van de FOCDE) heeft duidelijk gesteld dat, op basis van de jarenlange selectie van de Spaanse Timbrado, een ander criteria van groot belang is. Het criterium waarop deze toeren van de Timbrado beoordeeld dienen te worden volgens het nationaal college van keurmeesters is dat deze toeren de karakteristieke metaalklank in zich moeten hebben, waarmee de Spaanse Timbrado zich onderscheidt van andere rassen.

Het verschil met de Harzer Roller en de Waterslager is internationaal gebaseerd op de technische karakteristieken die aangeven hoe de toeren bewaardigd dienen te worden (de standaard). Hiermee wordt dus niet enkel de grammaticale opbouw van de toer en het ononderbroken ritme van de TIMBRE (een rol op "I") bedoeld, maar de essentie ligt in de waardering en de kwaliteit van de toer. Bij de Harzer roller wordt een diepe klank en een holle rol gewaardeerd, bij de Waterslager gaat het om de diversiteit en perfectie van de waterklanken. Het is dus evident dat de Spaanse Timbrado deze toer niet identiek kan en niet identiek moet brengen als een Harzer Roller of een Waterslager. Het zijn met name de onderbroken en halfonderbroken toeren die het lied van de Timbrado zo afwisselend en bijzonder maken, zowel de enkelvoudige als de samengestelde toeren (VARIACIONES CONJUNTAS). Daarom is het belangrijk dat de TIMBRES en de VARIACIONES RODADAS bij de Timbrado als korte toeren gebracht worden en zeker niet de basis van het lied vormen. Indien deze toeren te hol en te zacht gebracht worden kunnen ze zelfs leiden tot diskwalificatie op een keuring – de toer is dan een roltoer die eigen is aan een ander zangkanarie ras, namelijk de Harzer Roller.

De ontwikkeling van de zangkanarierassen heeft, net als andere kanarierassen overigens, in de 20e eeuw een gigantische ontwikkeling doorgemaakt. Zo zou het bijvoorbeeld absurd zijn om het concept van de zang van de Harzer uit het begin van de 19e eeuw toe te passen op de zang van de huidige Harzer. In die tijd, ontwikkelde een geniale kweker als Trute een welhaast fabelachtige zang onder zijn kanaries, die vandaag de dag niet meer bestaat, nee, zelfs niet meer gewild zou zijn. Hetzelfde kan men zeggen van de Waterslager, die toch hele andere toeren brengt dan zoals omschreven staat aan het begin van de 20e eeuw. De zangkanarierassen hebben een evolutie ondergaan en de standaard die bij de beoordeling van toeren gebruikt wordt eveneens. Zo ook bij de Spaanse Timbrado, waarbij men er in de loop der jaren steeds naar gestreefd heeft om door selectie kwalitatief goede zanglijnen te verkrijgen en waarbij vogels met te schelle en scherpe tonen, te hoge tonen die pijn doen aan het gehoor, te ruwe tonen, te schreeuwerige of te harde PIAUS, CHAUS, CASTANUELAS en TIMBRES, van de kweek werden uitgesloten. Dit ongewenste type zang, dat jammer genoeg nog steeds bestaat, alhoewel het tegenwoordig een kleine minderheid betreft, daar moeten we niet mee verder kweken. Het is aan elke ware liefhebber om de Timbrado steeds weer te selecteren op zijn goede zang, op de afwisseling in zijn lied, een lied dat melodieus klinkt en aangenaam is om naar te luisteren.

Het is absoluut onwenselijk om een Timbrado te beoordelen op basis van een zangschema dat vijftig jaar geleden vastgelegd is, dan zouden we immers doen alsof de tijd stil heeft gestaan en zouden we de hele ontwikkeling negeren die gedurende een halve eeuw heeft plaatsgevonden. Daarmee doen we geen recht aan de inspanningen van de kwekers, nog aan ons zangkanarieras de Spaanse Timbrado.

 

Cursus "Zang van de Spaanse Timbrado" – deel 14

TIMBRE DE AGUA (KLINGEL)

De TIMBRE DE AGUA (klingel) is een semi-continue of afgezette toer, met een klankkleur waarin water herkenbaar is. De fonetische tekst van deze toer wordt gevormd door de medeklinkers "B", "G" en "W" , die samenvloeien met de medeklinker "L" en met de klinker "I" of de dubbelklinker "UI" (Let op de G in het Spaans is een harde G, dicht bij onze "K", de U wordt uitgesproken als OE). De toer dient gebracht te worden met een ritme van 5 tot 6 slagen per seconde, waardoor de klinkers en medeklinkers helder herkenbaar zijn met een duidelijke uitspraak. Is de uitspraak niet duidelijk, dan verliest de toer een groot deel van zijn associatie met water in beroering. Voorbeelden: "Bliblibliblibli….."; "Gligligligli…."; "Bluibluibluiblui…."

Men noemt deze toer wel een speciale Timbre (metaalrol) of een variatie op de Timbre (metaalrol), maar nu met de waterklank die het persoonlijke karakter van de toer bepaald. Essentieel in deze toer is de "I", die bij ons de associatie oproept van een metaalrol. Echter, door de combinatie met de medeklinker "L" ontstaat de specifieke zachte waterklank; immers, de "L" is de basis en het fundament van elke waterklank. Het moge duidelijk zijn dat de Timbre de Agua (Klingel) dus niet onder de groep van de Timbres (metaalrollen) valt. Het geluid van de Timbre de Agua (Klingel) komt niet overeen met de Timbre (metaalrol). Theoretisch kan men zeggen de Timbre de Agua (Klingel) overeenkomt met een deel van de klank van de Timbre (metaalrol), maar nu in water gebracht en met een ander ritme, nu semi-discontinue en zonder de medeklinker "R".

De Timbre de Agua (Klingel) is eigen aan de vogels uit een zanglijn die gebaseerd is op waterklanken. Echter, ook de vogels afkomstig uit een zanglijn gebaseerd op holle of op metalen klanken brengen de toer zonder veel problemen, waarbij de toer echter een meer metalen of holle klank zal hebben en het water minder nadrukkelijk aanwezig zal zijn. Vroeger noemde men deze toer "Nota Batida" en in de primitieve standaard werd deze toer "Cloqueo en Bli" genoemd.

De toer wordt maximaal met 3 punten beoordeeld (op de keurlijst: 9). De waarde van de toer is groter, naarmate de klank helder en duidelijk is en de uitspraak van de toer goed herkenbaar. De toer is veel waardevoller als er een stijgende of dalende lijn te horen en van mindere waarde als de vlak gebracht wordt. De toer wordt met goed beoordeeld als een duidelijk Bliblibli.. of gligligli te horen is en de toer wordt met erg goed beoordeeld als de dubbelklinker UI (vertaald: OE-I) herkenbaar is.

AGUA SEMILIGADA (Bollende Waterslag)

Deze toer bestaat uit exact dezelfde klinkers en medeklinkers als AGUA LENTA (Klokkende Waterslag): het fundamentele verschil ligt in het ritme: deze toer is semicontinue, oftewel afgezet. Bij dit wat snellere ritme breken de dubbelklinkers en soms is dan ook slechts een klinker te horen. Uiteraard is ook hier altijd de medeklinker "L" duidelijk herkenbaar, waarbij de combinatie met een veelheid aan klinkers mogelijk is, waardoor de waterklank in verschillende vormen ons ten gehore komt.

Deze magnifieke toer is door zijn veelheid aan mogelijkheden moeilijk fonetisch of grammaticaal te vangen. Het is een toer waarbij verschillende combinaties van klinkers en medeklinkers zijn toegestaan. In principe worden de volgende klinkers gewaardeerd "B", "L", "R", "D", "G", "V", "S", "W". Van de klinkers worden het meest gewaardeerd: "U". "O", "UI", "OI", "OI", "IU", "IO". (Let op: De Spaanse V klinkt in het Nederlands als een zachte B, de W wordt ook erg zacht uitgesproken, de U is in het Spaans een OE.)

Binnen de veelheid aan combinaties in lettergrepen, kunnen we de volgende voorbeelden noemen: "blobloblo…", "blublublu…", "bluidbliudbliud….", "bloibloibloi…", "brioudbrioudbrioud…", glulglulglui…", "gliodsgliodsgliudsgliuds….", glioudsbrouissgliouds…", "luiluilui…", "loiloiloiloi…", "woiwluiwoiwlui…", "wuiwuiwui…", "woiwoiwoi…"

Het is een samengestelde toer, omdat er twee tonen tegelijkertijd geproduceerd en gehoord worden, maar altijd horen we als basis een waterklank, de klank die uiteindelijke het karakter van de toer bepaalt.

De beste vorm van deze toer ontstaat als de medeklinkers zacht klinken (vereiste voor alle watertoeren) en de klinkers een diepe klank bezitten, vol, hol maar boven alles helder en klaar, waardoor het resultaat een makkelijk gebrachte, zachte en zoete lettergreep is.

Het ritme waarin deze toer gebracht wordt is semi-continue oftewel afgezet, maar altijd met een zekere gehaaste snelheid gebracht, waardoor een aangenaam en bijna continue geluid ontstaat, wat ons soms doet denken aan het voortkabbelend water in een stroompje, het borrelende geluid van water aan de kook op het fornuis, of aan andere vormen van borrelend water.

De maximale waardering van deze toer is 3 punten (op de keurlijst 9).

De vogels die voortkomen uit een waterlijn zullen met meer gemak de watertoeren brengen dan de vogels die voortkomen uit de droge zanglijnen; metaal of hol. Dit zegt echter nog niets over de kwaliteit van de vogel, een goede vogel met een hoge puntenscore kan zowel uit een waterlijn als uit een van de droge zanglijnen afkomstig zijn. Als de vogel maar kwaliteit brengt in zijn toeren, variëteit brengt in zijn zang, als het lied vrolijk klinkt en de lettergrepen juist uitgesproken worden in het hele repertoire, dan hebben we een kwalitatief goede vogel. Wat ontbreekt aan water compenseert de vogel uit een droge zanglijn perfect door een betere interpretatie van de andere toeren in het lied.