
naar M. A.Martin Espada, bewerking door E. Eweg (2001)
| En dan heb je hem eindelijk in huis, die We moeten hierbij beseffen dat in het jaar 2000 alleen in Spanje al 27.000 Timbrado’s ter keuring zijn gedragen. Vergelijk dit met Nederland: het totaal aan zangkanaries Harzer, Timbrado en Waterslager betrof afgelopen jaar nog geen 5.000 vogels. In deze tekst wil ik laten zien hoe de verschillende zangschema’s er idealiter uitzien van een klassieke vogel, een intermedio en een discontinue vogel. Dat verschil in zang kan bestaan, terwijl de vogels steeds beoordeeld worden met dezelfde standaard als referentiekader. Ik baseer me daarbij op informatie van Miguel A. Martin Espada, voorzitter van de C.T.C. Zaragoza en tevens keurmeester van Timbrado's Twee uitgangspunten die de voorzitter van de Timbrado Club in Zaragoza ons voorlegt:
In de tweede plaats is de wijze waarop onze vogel zingt grotendeels erfelijk bepaald. Als de vogel uit het ei komt staat al vast welke mogelijkheden en beperkingen de fysieke bouw van de zangorganen met zich meebrengen. De mogelijkheden in erfelijke aanleg kunnen in principe oneindig zijn. De omgevingsfactoren, na het uit het ei komen van de jonge vogel, tijdens de ontwikkeling als juveniel, geven beperkingen aan het lied dat wij te horen krijgen. Met bovenstaande twee uitgangspunten in gedachte, richt Miguel zich tot de kwekers van zijn vereniging en roept hen op om een richting te kiezen in de zang en kweekmethoden te gebruiken om het gekozen doel te bereiken. Immers, de persoonlijke smaak van de kweker en zijn muzikale voorkeur kan de richting aangeven, hoe het zangschema van een bepaalde vogel eruit ziet. Uiteraard alles binnen de internationaal vastgestelde standaard. Zo is het voor sommige kwekers het doel om Timbrado’s te kweken die een goed gemiddelde laten horen op alle twaalf toeren waarvoor punten gegeven worden. Er zijn kwekers die zich ten doel stellen dat de Timbrado alle toeren zo goed mogelijk brengt. Maar het kan ook anders. Laten we eens uitgaan van de standaard. Als voorbeeld nemen we drie vogels die tijdens een keuring alledrie een waardering van totaal 100 punten behaalden, echte kampioenen dus. De ideale vogels voor drie verschillende kwekers worden hieronder weergegeven in het zangschema van vogel type A, B en C. Vogel A in dit voorbeeld is de typische vogel van Madrid, waar men streeft naar vogels met alle twaalf toeren (de klassieke Timbrado). De toeren moeten gebracht worden in alle klanken volgens de standaard, zowel metaal, hol als een druppel water. Vogel C is het prototype van Zaragoza, waar men over het algemeen de vogel waardeert als de zang gekarakteriseerd wordt door de onderbroken toeren, de snelle afwisseling en de zachtheid die gevormd wordt door het water. Echter, de afgezette toeren en de ononderbroken toeren zijn minder welkom (de discontinue Timbrado). Tot slot vogel B, de Andalucier, die de onderbroken toeren in hun snelle afwisseling en klankwisselingen waardeert, maar toch ook wat rollers wil horen en waterklanken die het lied verzachten (de intermedio).
Deze drie vogels zijn alle drie werkelijjke kampioenen met 100 punten, het gebruikte referentiekader is de standaard, maar toch horen we duidelijk de verschillen in de zang. De beginnende kweker zou dan kunnen concluderen dat de ene Timbrado heel anders zingt dan de ander, terwijl er wel degelijk een bepaalde lijn in te herkennen is. Ondanks de verschillende puntenwaardering op het niveau van de toeren hebben alledrie de vogels hun prijs eerlijk verdiend: het zijn prima vogels. De visie van de kwekers van vogel B en C gaan goed samen. Vogel B is geselecteerd op zijn onderbroken toeren. Wordt die selectie in de kweek verder doorgevoerd, dan ontstaat een vogel C. Een zoon van een vogel C kan weer meer ononderbroken (continue) toeren ontwikkelen en lijkt dan weer meer op een vogel type B. Maar zowel de kweker van type B als van type C, selecteert zijn vogels op een kwalitatief en kwantitatief goede ontwikkeling van de onderbroken toeren. Een heel ander verhaal is de wijze waarop de kweker van het A type selecteert. Het is gebleken dat zonder het gebruik van een voorzangers, het erg moeilijk is om dit type vogel te realiseren. Algauw gaat binnen een groep vogels een bepaald lied overheersen, dan is het zaak andere geluiden te laten horen aan de jonge vogels, zodat ze zich zo breed mogelijk ontwikkelen. Het is duidelijk dat in de twaalf zangtoeren van de Timbrado bepaalde toeren andere toeren tegenwerken. Het is zo dat als een bepaalde vogel eruit springt met een bepaalde toer of klank, dit vaak ten koste van een andere klank gaat. Zo zal een vogel met opvallend helder metaal zelden zijn waterklanken goed ten gehore brengen en vice versa. Een vogel die opvalt door zijn Floreos (onderbroken) scoort vervolgens nooit hoog met de Rodadas (ononderbroken) en heeft meestal minder klok, castagnetten en kleine klok (afgezette toeren). Uiteraard bestaat er ook discussie rond dit thema. Het onderwerp is ‘glad ijs’ onder de Spaanse zon. Gerenommeerde kwekers in Spanje pleiten voor het kweken van vogels met alle twaalf toeren, om te voorkomen dat bepaalde toeren in de toekomst verloren gaan. Dit is geen ongegronde vrees, het is immers bij alle zangkanarierassen eerder voorgekomen dat toeren uit het verleden enkel nog beschreven staan maar nergens meer als toer te horen zijn in het lied van de kanarie. Zo zijn er ook kwekers die ervoor pleiten om vogels die niet alle toeren brengen te diskwalificeren. De ononderbroken toeren vormen de klassieke vrolijke klank van de Timbrado, van oudsher karakteristiek voor het lied. De rol in combinatie met de metaalklank wordt als de basis genoemd waarop het ras ooit als zangras is erkend. Tegelijkertijd zijn steeds meer kwekers geinteresseerd in vogels die sterk zijn in de siertoeren, juist omdat het lied dan zo afwisselend is en eindeloze combinaties van lettergrepen gebracht kunnen worden. De siertoeren immers zijn ongelimiteerd in uitspraak. Ook bestaan een aantal extreme kwekers van het type C, die overwegen om een nieuw kanariezangras voor te stellen, een vogel die zijn lied volledig enkel en alleen in onderbroken toeren brengt. De standaard biedt voldoende vrijheid aan alle kwekers om zijn of haar ideale vogel ter keuring te brengen. Het is toch prachtig om de verschillen te horen tussen de ene Timbrado en de andere Timbrado! Aandachtig luisterend naar het lied is het onmogelijk om je te vervelen, juist, doordat niet alle Timbrado’s hetzelfde klinken. Echter, aan de keurmeesters de moeilijke taak om elke toer afzonderlijk op waarde te beoordelen en tot een totaal te komen waaruit blijkt welke vogel een kampioen is. Het is daarentegen aan de kweker om te bepalen hoe zijn ideale kampioensvogel moet klinken, hij kiest met behulp van selectie op welke wijze hij zijn stamlied wil ontwikkelen.
|